22. En Hizkia had gezegd, toen de profeet hem de boodschap in
Vers 5 v. had bekend gemaakt: Welk zal het teken zijn, het onderpand, dat de Heere mij zal gezond maken en ik ten huize des HEEREN na verloop van drie dagen zal opgaan? (zie het verdere
Vers 7,
8In deze beide verzen wil Drechsler gene aanvulling zien van het bovengenoemde geschiedverhaal, dat bij vergissing op de onjuiste plaats is gekomen, maar een aanhangsel aan het lied van Hizkia. Deze geleerde meent, dat Jesaja bij zijn bericht zich beperkt heeft tot hetgeen voor het gewone leven van gewicht is, tot hetgeen op het openbaar leven invloed uitoefent; maar de omstandigheden, die meer tot Hizkia's bijzonder leven behoren, ter zijde gelaten heeft: hier nu haalt de koning zelf die punten aan, die bij zijn lied in `t bijzonder is aanmerking komen. "Het is, alsof Hizkia door dit aanhangsel nogmaals den dank wilde motiveren, dien hij aan `t slot van zijn lied levenslang beloofd heeft; het is of hij den grondtoon, die door al het zingen en spelen heen moest klinken, nog eens wilde aangaan. Men kan zeggen, Vers 20b = Psalm 18:50 en Vers 21, 22 = Psalm 18:51. " .
Alles pleit er echter voor dat deze twee laatste verzen niet tot het lied horen, maar van de hand van Jesaja zijn en behoren bij de geschiedenis van Hizkia's ziekte en genezing.