Jesaja 31:6-9
Dit verklaart de voorgaande verlossing van Jeruzalem, zij zal geschikt worden gemaakt om verlost te worden, en dan zal de verlossing voor haar gewrocht worden, want naar die methode verlost God.
I. Jeruzalem zal hervormd worden, en aldus zal zij verlost worden van haar vijanden binnen haar muren, vers 6, 7. Hier is:
1. Een genaderijke roeping tot bekering. Dit was de stem des Heeren, roepende in de stad, de stem van de roede, de stem des zwaards, en de stem van de profeten, verklarende het oordeel. Bekeer u, o bekeert u nu van uw boze wegen, tot God, keert terug tot uw trouw aan Hem, van wie de kinderen Israëls diep zijn afgeweken, van wie gij, o kinderen Israëls, zijt afgeweken." Hij herinnert hen aan hun geboorte en afkomst, dat zij kinderen Israëls waren en dus onder de grootst mogelijke verplichting waren aan de God Israëls, als een verzwering van hun afwijken van Hem, en als een aanmoediging aan hen om tot Hem weer te keren. Zij zijn afkerige kinderen geweest, maar toch kinderen, laat hen dus terugkeren, dan zullen hun afkeringen genezen worden, Zij zijn diep afgeweken, met grote behendigheid, naar zij dachten, "de afwijkers zijn diep," Hosea 5:2, maar het zal blijken dat zij gevaarlijk zijn afgeweken, de smet van hun zonde is diep ingedrongen in hun natuur, en kan er niet gemakkelijk uit verwijderd worden, zoals de zwartheid van de Moorman, zij "hebben zich zeer diep verdorven," Hosea 9:9, zij zijn diep gezonken in ellende, en kunnen zich niet gemakkelijk herstellen, en daarom is het nodig, dat gij u haast om tot God weer te keren.
2. Een genaderijke belofte van de goede voorspoed van deze roeping, vers 7. Te dien dage zullen zo wegwerpen, een ieder zijn afgoden, in gehoorzaamheid aan Hizkia's bevelen hetgeen, totdat zij verschrikt waren door de inval van de Assyriërs, velen geweigerd hadden te doen. Het is een gelukkige schrik en angst die ons wegschrikt van onze zonden. Het zei een algemene hervorming zijn, een ieder zal zijn eigen afgoden wegwerpen, zal met deze beginnen eer hij het onderneemt om de afgoden van anderen te vernietigen, hetgeen niet nodig zal zijn als iedereen zichzelf hervormt. Het zal een grondige hervorming zijn, want zij zullen aflaten van hun afgoderij, hun troetelzonde van de zilveren afgoden en de gouden afgoden, de afgoden, waar zij het meest op verzot zijn. Velen maken een afgod van hun goud en hun zilver, en door de liefde daarvoor worden zij getrokken en er toe gebracht om van God af te wijken, meer zij, die zich tot God wenden, werpen die liefde weg uit hun hart, en zullen bereid zijn er van te scheiden als God hen er toe roept. Het zal een hervorming zijn naar een recht beginsel, een beginsel van Godsvrucht en staatkunde, zij zullen de afgoden wegwerpen, omdat zij hun tot zonde waren, een oorzaak en aanleiding tot zonde. daarom willen zij niets met hen te doen hebben hoewel zij het werk hunner eigen handen geweest zijn, en zij er dieswege een bijzondere genegenheid voor koesterden. Zonde is het werk van onze eigen handen, maar door in haar te werken, hebben wij ons eigen verderf gewerkt, en daarom moeten wij het wegwerpen, en diegenen zijn er op verbazingwekkende wijze aan gehecht, die er niet toe bewogen kunnen worden om het weg te werpen, terwijl zij zien dat, zo zij het niet wegwerpen, zij zelf weggeworpen zullen worden. Sommigen houden dit slechts voor een voorzegging dat zij, die op afgoden vertrouwen, deze in toorn zullen wegwerpen, als zij zien dat zij hun van generlei nut of dienst zijn. Maar het komt zo nauwkeurig overeen met Hoofdstuk 30:22, dat ik het veeleer houd voor een belofte van een oprechte reformatie. II. Jeruzalems belegeraars zullen verslagen worden, en aldus zal zij bevrijd worden van de vijanden rondom haar muren. waarvoor door het eerste de weg bereid is. Als een volk terugkeert tot God, dan kunnen zij het aan Hem overlaten om hun zaak te bepleiten en voor te staan tegen hun vijanden. Dan als zij hun afgoden weggeworpen hebben, dan zal Assur vallen, vers 8, 9.
1. Het leger van de Assyriërs zal dood op de plaats worden uitgestrekt, niet door het zwaard van een man, een sterke man noch door het zwaard van een mens, van een geringe zwakke man, noch van enig mens, wie dan ook, hij zij Israëliet of Egyptenaar, niet krachtdadig door het zwaard van een sterke man, noch listiglijk door het zwaard van een geringe man, maar door het zwaard van een engel, die met meer kracht slaat dan een sterk man, maar toch meer stil en in het verborgen dan een gering man, door het zwaard des Heeren, en Zijn macht en toorn in de hand van de engel, aldus zullen de jongelingen van het leger versmelten, verslagen worden, cijnsbaar worden aan de dood. Als God werk te doen heeft tegen de vijanden van Zijn Kerk, dan verwachten wij dat het gedaan moet worden door krachtige mannen en geringe mannen, officieren en gewone soldaten, maar als het God behaagt, kan Hij het doen zonder beide. Hij heeft geen legerscharen van mensen nodig, die legioenen van engelen tot Zijn dienst heeft, Mattheus 26:53.
2. De koning van Assyrië zal vluchten voor dat onzichtbare zwaard, hopende buiten het bereik ervan te zullen komen, en hij zal zich heenspoeden naar zijn eigen gebied, heengaan naar een van zijn sterkten, uit vrees dat de Joden hem zullen vervolgen, nu zijn leger verslagen was. Sanherib was er vast van overtuigd geweest, dat hij zich meester zou maken van Jeruzalem, en op de onbeschaamdste wijze had hij beide God en Hizkia getrotseerd, maar nu beeft hij voor beide. God kan de hoogmoedigste van de mensen de schrik in het hart doen slaan, en de stoutmoedigste doen sidderen. Zie Job 18, 11, 20:24.
Zijn vorsten, die hem vergezellen, zullen verschrikken voor de banier, zullen in voortdurende angst zijn bij de herinnering aan de banier in de lucht, die de verderfengel misschien ontplooid had voor hij de noodlottige slag gaf. Of, zij waren bevreesd voor iedere banier, die zij zagen, denkende dat één van de Joodse krijgsbenden hen vervolgde. De banier die God ontplooit ter bemoediging van Zijn volk, Psalm 60:6, zal een verschrikking wezen voor Zijn en hun vijanden. Aldus snijdt Hij de geest van de vorsten af als druiven en is de koningen van de aarde vreeslijk. Maar wie zal dit doen? Het is de Heere, die te Zion vuur en te Jeruzalem een oven heeft.
a. Die aldaar woont en huishoudt zoals iemand woont en huishoudt waar hij zijn vuur en zijn oven heeft, het is de stad van de grote Koning, en laat de Assyriërs niet denken dat zij Hem uit Zijn eigen huis kunnen dringen, er Hem het bezit van kunnen ontnemen
b. Die aldaar een verterend vuur is voor al Zijn vijanden, en hen zal zetten als "een vurigen oven ten tijde Zijns toornige aangezichts," Psalm 21:1O, Hij zelf is "een vurige muur rondom Jeruzalem," zodat wie haar aanvalt, dit doet op zijn eigen gevaar, Zacheria 2:5, Openbaring 11:5.
c. Die aldaar Zijn altaar heeft, waarop het heilig vuur voortdurend brandend wordt gehouden, en dagelijks tot Zijn eer offers worden gebracht, waarin Hij een welbehagen heeft, en daarom zal Hij deze stad verdedigen, inzonderheid het oog hebbende op het grote offer, dat aldaar ook geofferd zal worden, en waarvan al de andere offers typen waren. Als wij het vuur van heilige liefde en Godsvrucht brandend houden in onze harten en in onze huizen, dan kunnen wij er staat op maken, dat God een bescherming zal wezen voor ons en voor onze huizen.