Jesaja 15:6-9
Hier beschrijft de profeet nog verder het erbarmelijk jammergeschrei, dat door het gehele land van Moab gehoord zal worden, nadat het een prooi van het Assyrische leger zal geworden zijn. Thans zal dat geschreeuw omgaan door de landpalen van Moab, vers 8. In iedere hoek van het land is de alarmkreet vernomen, en het is er door in de uiterste verwarring geraakt. Het is gekomen tot Eglaïm, een stad aan de ene zijde van het land, en tot Beër-Elim, een stad, even ver gelegen naar de anderen kant. Waar de zonde algemeen was en alle vlees zijn weg verdorven heeft, wat kan daar anders verwacht worden dan een algemene verwoesting?
Van twee dingen wordt hier gesproken als de oorzaken van dit klaaggeschrei.
I. "De wateren van Nimrim zullen enkel verwoesting wezen", vers 6. Het land is geplunderd en verarmd, en al zijn schatten en goed weggevaagd door het zegevierende leger. Hongersnood is meestal het treurig gevolg van de oorlog. Zie op de velden, die goed bewaterd waren, de vruchtbare weiden, die een lieflijker aanblik boden, en nog lieflijker, heerlijker voortbrengselen, alles is er opgegeten, of weggevoerd door de fourageerders van de vijand, en wat er overbleef tot slijk en modder vertreden door hun paarden. Als een leger kampeert op groene velden, dan is het groen ervan spoedig weg. Zie op de huizen, ook deze zijn beroofd, van alles ontbloot, vers 7. De overvloed van rijkdom, die zij verzameld hebben door veel behendigheid en vlijt, en hetgeen zij weggelegd hebben met grote zorg en in veel vertrouwen, zullen zij wegvoeren naar de beek van de wilgen. Hetzij dat de eigenaars het er heen zullen voeren om het te verbergen, of de vijanden zullen het er heen brengen, om het in te pakken en naar huis te zenden in hun eigen land, misschien wel over water. Zij, die er ijverig op uit zijn om veel van de overvloed van deze wereld te verkrijgen, en in zorg zijn om wat zij verkregen hebben weg te leggen, bedenken niet wat er misschien van worden zal, en in hoe weinig tijds het hun alles ontnomen kan zijn. Grote overvloed stelt de eigenaars ervan in gevaar door de rovers aan te lokken en zij, die er op vertrouwen om hen te beschermen, bevinden dikwijls dat zij er slechts door verraden worden. In tijden van gevaarte grote overvloed dikwijls een grote last, hij vermeerdert slechts de zorgen van de eigenaar of de kracht van de vijand. "Cantabit vacuus coram latrone viator". De reiziger, die geen penning bij zich heeft, zal blij zijn, als hij door een rover wordt aangesproken, dat hij niets bezit.
II. "De wateren van Dimon zullen vol bloed zijn", vers 9. Er zijn zoveel inwoners van het land gedood, dat de wateren in de nabijheid van de steden, hetzij rivieren of poelen, gekleurd zijn door mensenbloed, dat op onmenselijke wijze vergoten werd als water. Dimon betekent bloedig, de plaats zal beantwoorden aan haar naam. Misschien was het die plaats in het land van Moab, waar de wateren voor de Moabieten het aanzien hadden van bloed, 2 Koningen 3:22, 23, hetgeen hun nederlaag teweegbracht. Maar nu zegt God, zal Ik Dimon nog meer toeschikken, nog meer bloed dan reeds vergoten werd, of dan men dacht te zien in die tijd. Ik zal toevoegselen brengen over Dimon-zo luidt het oorspronkelijke-toegevoegde plagen, Ik heb nog meer oordelen voor hen weggelegd, om dit alles is Gods toorn niet afgekeerd. Als Hij oordeelt zal Hij overwinnen en aan de rol van de vervloekingen zullen nog vele dergelijke woorden toegedaan worden, Jeremia 36:32. Zie hier welk meer kwaad over Dimon, over Moab, gebracht zal worden, het zal tot een land van bloed worden gemaakt. Sommigen vruchten en ontkomen, anderen zitten stil en worden voorbijgezien en zijn als een overblijfsel van het land, maar over hen zal God leeuwen brengen, roofdieren, die als één van de vier gerichten Gods geacht worden Ezechiël 14:2 en deze zullen verzamelen wat aan het zwaard des vijands ontkomen is. Zij die onboetvaardig volharden in zonde, zijn, als zij voor het een oordeel bewaard worden, slechts bewaard voor een ander oordeel.