Jesaja 13:19-22
Het grote verderf, dat naar voorzegd was door de Meden en Perzen teweeggebracht zou worden in Babel, eindigt hier in de algehele en finale verwoesting ervan.
1. Er wordt erkend dat Babel een schone heerlijke stad was, zij was het sieraad van de koninkrijken, de heerlijkheid, de hovaardigheid van de Chaldeën, zij was dat gouden hoofd, Daniël 2:37-38. Zij werd koningin van de koninkrijken genoemd Hoofdstuk 47:5, en de roem van de hele aarde Jeremia 51:41, als een aangename ree-dat is de betekenis van het woord- maar zij zal zijn als een verjaagde ree, vers 14. De Chaldeën roemden in de schoonheid en de rijkdom van hun hoofdstad.
Er is voorzegd dat zij geheel en al verwoest zal worden, zoals Sodom en Gomorra, niet op zo wonderdadige wijze, noch zo plotseling maar even krachtdadig, hoewel trapsgewijze, en het verderf zal over hen komen, zoals over Sodom, als zij zich veilig wanen en gerust zijn etende en drinkende zijn, Lukas 17:28. Babel werd ingenomen toen Belsazar aan zijn maaltijd zat, en hoewel Cyrus en Darius de stad niet afbraken, is zij toch langzamerhand vervallen en in verloop van tijd is zij geheel in puin gevallen. Er is hier voorzegd, vers 20, dat zij nooit bewoond zal worden, in de tijd van keizer Adrianus was er niets van overgebleven dan de muren, en terwijl geprofeteerd is van Nineve, deze grote stad, dat, nadat zij verwoest en verlaten zal zijn, er toch kudden in het midden van haar zullen neerliggen, wordt hier van Babel gezegd dat de Arabieren, die herders waren, daar geen tent zullen spannen het omliggende land zal zo onvruchtbaar en kaal zijn, dat er geen weide zal wezen, zelfs niet voor schapen, maar dat het de verblijfplaats zal zijn van wilde dieren, die de eenzaamheid zoeken. De huizen van Babel, in welke de zonen en dochters van het vermaak plachten samen te komen, zullen vol wezen van schrikkelijke gedierten, van jonge struisen en meerkatten, vers 21, x) die zelf daarheen gevlucht zijn. De geschiedschrijvers zeggen dat dit letterlijk vervuld is geworden. Benjamin Bar Jona zegt in zijn reisbeschrijving: "Dit is dat Babel, hetwelk van ouds dertig mijlen breed was, het is nu verwoest en verlaten, nog zijn er de ruïnen te zien van een paleis van Nebukadnezar, maar de kinderen van de mensen durven er niet ingaan, uit vrees voor slangen en scorpioenen, die de plaats in bezit hebben." Laat niemand trots zijn op zijn prachtig paleis, want hij weet niet of het niet ellendiger kan worden dan een hut, laat de mensen niet denken dat hun huizen zullen zijn tot in eeuwigheid, Psalm 49:12, daar er toch misschien niets dan de bouwvallen van zal overblijven.
3. Er wordt te kennen gegeven dat deze verwoesting binnen kort zal plaats hebben, vers 22. Hun tijd is nabij om te komen. De profetie van de verwoesting van Babel was bestemd tot ondersteuning en vertroosting van het volk van God als zij daar in gevangenschap zullen zijn en zwaar verdrukt zullen worden, en de vervulling van de profetie heeft ongeveer twee honderd jaren nadat zij is uitgesproken plaats gehad, toch volgde zij spoedig na de tijd, waarvoor zij bestemd was. Toen het volk van Israël zuchtte onder het zware juk van de Babylonische tirannie, met tranen neerzittende aan de rivieren van Babel, en gesmaad werd om de liederen Zions, toen hun verdrukkers het hoogmoedigst en beledigendst waren vers 11, moesten zij weten tot hun vertroosting dat Babels tijd, haar dag om te vallen, nabij was, dat de dagen van haar voorspoed niet verlengd zouden worden, zoals zij geweest zijn. Als God met haar begint, zal Hij een einde maken. Aldus wordt gezegd van het nieuw-testamentische Babel, waarvan het oud-testamentische een type was: Uw oordeel is in één uur gekomen.