Jesaja 12:4-6
Dat is het tweede gedeelte van dit evangelisch lied, en het is van dezelfde strekking als het eerste, daar wekken de gelovigen zichzelf op om God te loven, hier nodigen en moedigen zij elkaar er toe aan. Zij spreken Zijn lof en lokken anderen, om er zich met hen in te verenigen.
Merk op:
1. Wie hier opgeroepen worden om God te danken, de inwoners van Zion en Jeruzalem die God op zeer bijzondere wijze beschermd heeft tegen Sanheribs geweld. Zij, die onderscheidende gunsten van God hebben ontvangen, behoren het voortvarendst en het ijverigst te zijn om Hem te loven. De evangeliekerk is Zion, Christus is Zions koning, zij, die daar een plaats en een naam hebben, moeten er zich op toeleggen om de kennis van Christus te verspreiden en velen tot Hem te brengen. Gij inwoneres van Zion-het woord is vrouwelijk-laat de zwakkere sekse krachtig zijn in de Heer, uit haar mond zal Gods lof bereid zijn.
2. Hoe zij de Heer moeten loven.
a. Door gebed moeten wij Zijn naam aanroepen, gelijk dankzegging voor vroegere weldaden een betamelijke manier is om nog verdere zegeningen te vragen, zo wordt een bidden om nog meerdere zegeningen genadiglijk aangenomen als een dankbare erkenning van de zegeningen, die wij hebben ontvangen. Door Gods naam aan te roepen, geven wij Hem iets van de eer van Zijn naam als onze machtige en milde weldoener.
b. Door te prediken en te schrijven moeten wij niet alleen spreken tot God, maar ook van Hem spreken tot anderen, wij moeten niet alleen Zijn naam aanroepen, maar-zoals de kanttekening het heeft-Zijn naam uitroepen, of verkondigen. Laat anderen door ons iets meer te weten komen dan vroeger betreffende God en de dingen, waardoor Hij zich bekend heeft gemaakt. Verkondig Zijn raadsbesluiten-zo lezen het sommigen-het werk van de verlossing is naar de raad van Zijn wil, en in dit en andere heerlijke werken, die Hij gedaan heeft, moeten wij kennis nemen van Zijn gedachten aan ons, Psalm 40:6. Maakt deze bekend onder de volkeren, onder de heidenen, opdat zij in gemeenschap gebracht worden met Israël en met de God van Israël. Toen de apostelen het evangelie hebben gepredikt aan alle volken, begonnen zijnde van Jeruzalem, toen is deze Schrift vervuld geworden, dat Zijn daden bekend zullen gemaakt worden aan de volken, en dat hetgeen Hij gedaan heeft, bekend is op de gehele aardbodem.
c. Door een heilig juichen en een vervoering van blijdschap. "Juich en zing vrolijk, heet het evangelie welkom aan uzelf, en verkondig het aan anderen met alle tekenen van vreugde, als een stem van de roepers van de overwinning, Exodus 32:18, of voor de kroning van een konings." Numeri 23:2l.
3. Waarom zij de Heer moeten loven en danken.
a. Omdat Hij zich verheerlijkt heeft. Gedenkt er zelf aan, en maakt er melding van bij anderen, dat Zijn naam verhoogd is, doorluchtiger is geworden en meer bekend, daarin zal iedere godvruchtige zich verblijden. b. Omdat Hij Zijn volk verhoogd heeft. Hij heeft heerlijke dingen voor hen gedaan, waardoor zij een groot en voornaam aanzien hebben.
c. Omdat Hij groot onder hen is en zijn zal. De heilige Israëls is groot, want Hij is heerlijk in heiligheid, groot omdat Hij heilig is, ware goedheid is ware grootheid, groot als de heilige Israëls, en in het midden van hen, geprezen door hen, Psalm 76:2, zich openbarende onder hen, en heerlijk verschijnende voor hen en tot hun behoeve. Het is de eer en het geluk van Israël, dat de God, die in verbond met hen is en in het midden van hen is, oneindig groot is.