Genesis 37:12-22
I. Wij zien hier het vriendelijk bezoek van Jozef aan zijn broers in gehoorzaamheid aan het bevel van zijn vader, verscheidene mijlen ver. Sommigen denken dat zij er met opzet heengingen, verwachtende dat Jozef tot hen gezonden zou worden, hetgeen hun dan de gelegenheid zou geven om hem kwaad te doen. Jozef echter en zijn vader hadden meer van de onschuld en oprechtheid van de duif dan van de voorzichtigheid van de slang, anders zou hij nooit aldus in de handen gekomen zijn van hen, die hem haatten, maar God heeft het alles ten goede geleid. Zie in Jozef een voorbeeld van:
1. Gehoorzaamheid aan zijn vader. Hoewel hij de lieveling van zijn vader was werd hij toch tot zijn dienaar gesteld, en hij wilde dit ook wel graag wezen. Hoe bereid is hij de orders van zijn vader op te volgen! Zie, hier ben ik, vers 13. De kinderen, die het meest bemind zijn door hun ouders, behoren hun ouders het meest gehoorzaam te zijn, aldus wordt hun liefde dan het best geschonken en het best beantwoord.
2. Van vriendelijkheid voor zijn broers. Ofschoon hij wist dat zij hem haatten en benijdden, maakte hij toch geen tegenwerping tegen het bevel van zijn vader, hetzij vanwege de afstand van de plaats of het gevaar van de reis maar graag grijpt hij de gelegenheid aan om zijn broers zijn eerbied te betonen. Het is een goede les, hoewel zij moeilijk geleerd en zelden beoefend wordt, om hen lief te hebben, die ons haten. Als onze bloedverwanten hun plicht niet nakomen jegens ons, moeten wij toch niet tekortkomen in onze plicht jegens hen. Dit is genade. Jozef werd door zijn vader naar Sichem gezonden, om te zien of het hun daar goed ging, en of het land niet tegen hen was opgestaan en hen had afgedaan uit wraak wegens hun barbaarse moord van de Sichemieten enige jaren tevoren. Maar Jozef, hen daar niet vindende, ging naar Dothan, hetgeen toonde dat hij die reis ondernam, niet slechts in gehoorzaamheid aan zijn vader (want, hen te Sichem niet vindende, zou hij, daar hij gedaan had wat zijn vader hem gebood, hebben kunnen terugkeren), maar ook uit liefde tot zijn broers, daarom heeft hij hen naarstig gezocht totdat hij hen vond. Aldus moet de broederlijke liefde blijven, en moeten wij er de bewijzen van geven.
II. Het boosaardig, bloeddorstig komplot van zijn broeders tegen hem, die goed voor kwaad vergold, terwijl zij hem om zijn liefde tegenstonden.
Merk op:
1. Hoe zij met voorbedachten rade te werk gingen in dit kwaad: toen zij hem van verre zagen, beraadden zij tegen hem een listige raad vers 18. Het was niet in drift, of door een onverwachte prikkeling tot toorn, dat zij dachten hem te doden, maar met voorbedachten rade en in koelen bloede. Die zijn broer haat is een moordenaar, want hij zal het wezen als hij er de gelegenheid toe heeft, 1 Johannes 3:15. Nijd en kwaadaardigheid zijn zeer slechte hoedanigheden, waar zij worden gekoesterd bestaat groot gevaar dat zij in bloed zullen eindigen. Hoe meer beraad en overleg er is in een zonde, hoe erger zij is, het is slecht om kwaad te doen, maar het is nog slechter om het te beramen.
2. Hoe wreed zij waren in hun voornemen niets minder dan bloed kan hen bevredigen Komt dan, en laat ons hem doden, vers 20. De oude vijandschap maakt jacht op het kostbare leven. Het zijn bloedgierige lieden, die de vrome haten, Spreuken 29:10, en het is van het bloed van de heiligen, dat de hoer dronken is. 3. Hoe verachtelijk zij hem zijn dromen verwijten, vers 19, daar komt deze meester-dromer aan, en, vers 20 :zo zullen wij zien wat van zijn dromen worden zal. Dit toont aan wat het was, dat hen verbitterde en vertoornde, wat hen stak, zij konden het denkbeeld niet verdragen om zich voor hem neer te buigen, dat was het, wat zij door hun komplot om hem te vermoorden wilden voorkomen. Mensen, die zich kwellen vanwege de raadsbesluiten van God, er zich om vertoornen, pogen goddeloos ze teniet te doen, maar zij bedenken ijdelheid, Psalm 2:1-3. Gods raad zal bestaan.
4. Hoe zij overeenkwamen om elkanders geheim te bewaren, en de moord te verbergen door een leugen. Wij zullen zeggen: een boos dier heeft hem opgegeten, zij zelf waren bozer dan het boosaardigste van de dieren, daar zij nu tezamen beraadslaagden om hem te verslinden, want boze, verscheurende dieren verslinden geen dier van hun eigen soort, en dat doen dezen hier wèl.
III. Rubens plan om hem te redden, vers 21, 22. God kan voor Zijn volk zelfs onder hun vijanden vrienden verwekken, want Hij heeft alle harten in Zijn hand. Onder al de broers had Ruben het meest reden om afgunstig te zijn op Jozef, want hij was de eerstgeborene, en had dus recht op de onderscheidende gunsten, die Jakob aan Jozef verleende, en toch blijkt hij zijn beste vriend te zijn. Ruben schijnt zacht van aard geweest te zijn, en ietwat wekelijk, dat hem tot die zonde van de onreinheid had gebracht, terwijl de aard van de twee op hem volgende broers, Simeon en Levi, wild en woest was, waardoor zij in de zonde van moord vervielen, een zonde, waarvoor Ruben terugdeinsde. Ons natuurlijk temperament moet behoed worden tegen de zonde, waartoe het het meest overhelt, en gebruikt worden (zoals dat van Ruben hier) tegen die zonden, waarvan het de grootste afkeer heeft. Ruben deed een voorstel, dat, naar zij dachten, volkomen aan hun doel zou beantwoorden, namelijk om zich van Jozef te ontdoen, maar dat door hem gedaan was, om aan zijn doel te beantwoorden, namelijk om Jozef uit hun handen te redden en hem aan zijn vader terug te geven, in de hoop waarschijnlijk van hierdoor de gunst van zijn vader te herwinnen, die hij kort tevoren had verloren. Maar God heeft het alles bestuurd om het dienstbaar te maken aan Zijn voornemen, namelijk om Jozef tot het middel te maken om een groot volk in het leven te behouden.
Jozef was hier een type van Christus. Hoewel Hij de geliefde Zoon was van Zijn Vader, en door een boze wereld werd gehaat, heeft de Vader Hem toch van uit Zijn schoot weggezonden om ons in grote nederigheid en liefde te bezoeken. Hij is van de hemel op aarde gekomen om ons te zoeken en zalig te maken, maar toen werden listige raadslagen tegen Hem gelegd. Hij kwam tot de Zijnen, en de Zijnen hebben Hem niet slechts niet aangenomen, maar tezamen beraadslaagd, zeggende: "Deze is de erfgenaam, komt, laat ons hem doden, Kruisig hem! kruisig hem." En ingevolge van Zijn plan en voornemen om ons te verlossen en te redden, heeft Hij zich hieraan onderworpen.