10. Bloedgierige lieden, in het bijzonder wrede dwingelanden, haten met volkomen eensgezindheid den vrome, die toch, zonder hen te benadelen, stil zijnen rechten weg bewandelt (
Spreuken 12:2 ), ten bloede toe; maar zij willen niet inzien en erkennen, dat de oprechten, of vromen naar de gerechtigheid, welke uit God is, trachten, en die zij daarom zo dodelijk haten, zoeken zijne ziel. Ook de oprechten staan den hoogmoedigen verachter naar het leven, maar in den goeden zin; zij zoeken zijn leven en niet zijnen dood, namelijk het ware leven zijner ziel, zij willen zijne ziel doden, om ze levend te maken.
Het ganse zaad der oude slang, die een menschenmoordenaar was van den beginne, erft zijne vijandschap tegen het zaad der vrouw; zij zoeken den ondergang der goeden, omdat zij de boze wereld veroordelen en tegen haar getuigen. Christus zei tot zijne discipelen, dat zij door allen gehaat zouden worden. De rechtvaardigen, die door bloedgierigen gehaat worden zoeken hun zielen, bidden voor hun bekering, en zouden gaarne alles voor hun redding aanwenden..
Het woordje "zijne" wordt door sommigen toegepast op "den vrome" zodat dan de zin van het laatste gedeelte van het vers zou zijn: maar de oprechten zoeken zijne ziel, namelijk van den vrome, om die te behouden.
Anderen vertalen het laatste gedeelte, en de oprechten ook hun zielen zoeken zij, n.l. de bloedgierige lieden. Ook deze vertaling heeft veel voor. Iemands ziele zoeken wordt toch immer gebruikt, van iemand naar het leven staan. (Zie Exod 4:19. 2 Samuël 4:8 hier dus van de vromen gezegd, dan treden zij op als bloedwrekers, als degenen, die er op uit zijn, om de mannen des bloeds uit te roeien. Dit strijdt echter met de leer der Schrift. Een van beide, dus, of men moet hier tegen het gewone spraakgebruik in, zoeken zijne ziele opvatten in den zin van, zoeken die te behouden, of men moet dit zoeken der ziele ook toepassen op de mannen des bloeds.