17. Maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, 1) daarvan zult gij niet eten: want2) ten dage als gij daarvan, van de boom van de kennis eet, door eigen ervaring en door opneming in uw ziel het boze leert kennen zult gij de dood (letterlijk en beter vertaald zeker) sterven.
1) De ene boom van deze twee diende dus tot de vorming van de menselijke geest, door oefening in gehoorzaamheid aan het Woord van God; de mens moest door deze tot een kennis komen van goed en kwaad, maar door afwijzing van het kwade, zodat de hem ingeschapene vrijheid tot kiezen zich tot een vrijwillige beslissing voor het goede vormde. De andere boom daarentegen diende tot onderhouding van zijn aardse natuur. De onzondige mens had een lichaam, genomen uit het stof, dat aan onophoudelijke verandering en aan ontbinding onderworpen is. Zo had hij voedsel nodig tot onderhoud, maar ook een vrucht om de ontbinding tegen te gaan en het voor de dood te bewaren. Zeker heeft in die vrucht de kracht gelegen, om dat lichaam van de mensen hoe langer hoe heerlijker te doen worden. Het afsluiten van de boom des levens is daarom voor de mens zijn dood.
Er is niets ongerijmds in het denkbeeld, dat een lichamelijk voedsel niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk leven kan onderhouden. In de wijn enzovoort hebben wij de voorbeelden van stoffelijke genietingen die even veel invloed uitoefenen op de geest als op het lichaam..
Maar wat was, wat bedoelde die boom? Vanwaar zijn eigenaardige naam? Die naam geeft, naar de bedoeling van de Schrift, het eigenaardige karakter en de bijzondere bestemming van deze boom aan, die, niet door de natuur zelf van die boom, maar door de duidelijke aanwijzing en het uitgedrukt gebod van God zelf wordt bepaald. God stelde hem tot een boom van beproeving van Adams gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid, om deze het wezenlijk en blijvend onderscheid tussen kwaad en goed te leren kennen. Een sacrament was hij niet, want een sacrament wordt gegeven om dat te genieten en van de boom van de kennis mocht niet gegeten worden.. Waarom stelde God die boom van de kennis, daar Hij vantevoren wist, dat de mens daarvan eten en daardoor vallen zou. "De aard van de gehoorzaamheid brengt mee, dat zij vrijwillig moet zijn. Waar de mogelijkheid niet bestaat, om zich aan het volbrengen van een gebod te onttrekken, kan slechts van blinde noodzakelijkheid gesproken worden. God wilde dat de mens niet slechts gewillig, maar ook vrijwillig het goede doen en op die wijze zich tot de ware vrijheid ontwikkelen zou, die noodzakelijk is om heilig te zijn. Deze beproeving was niet alleen nuttig, maar ook bij het wezen en de bestemming van de mens bepaald noodzakelijk, terwijl hij bovendien door Zijn kracht haar volkomen kon doorstaan..
Zonder vrijheid zou de mens het beeld van God niet zijn, zonder vrije keus van het goede kon hij de rechte beheerser der aarde niet zijn. De zonde nam de vrijheid van de mensen weg; Het is Christus die waarlijk vrij maakt en daardoor de mens weer overwinnaar en heerser van de wereld doet worden. Johannes 8:36), 1 Johannes 5:4), (Openbaring 3:21). Bij de vrijheid en de macht, de mens verleend, kon God, alleen door een gebod te geven en daardoor zich zelf als de hoogste Wetgever te openbaren, de alléén besturende blijven, en zonder dit vrijmachtig bestuur zou de Heere geen God zijn. Ook wilde Hij de mens tot die hogere volmaaktheid opleiden, dat hij niet meer vallen en zondigen kon, maar voor altijd in het goede bevestigd zou zijn. Zo maakten de heerlijkheid van de mensen, en Gods eer en liefde tezamen de boom en dat gebod noodzakelijk..
De mens is alzo door God geschapen, dat hij wel kon zondigen, maar niet behoefde te zondigen. Had hij het gebod gehouden, dan was hij in een toestand gekomen, waarin hij niet meer kon zondigen; nu hij echter het proefgebod overtreden heeft kan hij niet anders dan zondigen..
In Adam heeft God, de Heere met de mens een verbond opgericht, het verbond van de weken, waarbij de mens het eeuwige leven wordt beloofd, zo hij het gebod van God houdt, maar waarbij ook met de dood wordt gedreigd, indien hij het gebod overtreedt. Onvoorwaardelijke gehoorzaamheid is de eis van dit verbond, en het eeuwige leven, het loon op de gehoorzaamheid. Dat loon moet echter ook als genadeloon worden beschouwd, daar de Heere God ook zonder de toezegging van het eeuwige leven eisen kon en moest, dat Zijn geboden werden onderhouden.
2) Want deze boom heb Ik tot een boom van beproeving gemaakt en wil u door deze beproeven, of gij aan Mijn stem gehoorzamen en in Mijn liefde blijven zult. Zult gij dat doen en de verzoeking ten kwade, die niet lang uitblijven zal, beslist afwijzen, zo zult gij een grote schrede voorwaarts doen tot het grote doel van uw roeping en ook verder van de boom des levens mogen eten. Maar met het genot van de vruchten van deze levensboom wil ik de zegen voor u verbinden, dat het sterfelijke, dat wegens uw lichaam, dat uit het stof werd genomen, u aanhangt, door het leven verslonden worde, Hoofdstuk 3:24. Zult gij daarentegen de gemeenschap met Mij verbreken en Mijn gebod verlaten, zo zult gij al het verderf van de zonde over u brengen..
17. Maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, 1) daarvan zult gij niet eten: want2) ten dage als gij daarvan, van de boom van de kennis eet, door eigen ervaring en door opneming in uw ziel het boze leert kennen zult gij de dood (letterlijk en beter vertaald zeker) sterven.
1) De ene boom van deze twee diende dus tot de vorming van de menselijke geest, door oefening in gehoorzaamheid aan het Woord van God; de mens moest door deze tot een kennis komen van goed en kwaad, maar door afwijzing van het kwade, zodat de hem ingeschapene vrijheid tot kiezen zich tot een vrijwillige beslissing voor het goede vormde. De andere boom daarentegen diende tot onderhouding van zijn aardse natuur. De onzondige mens had een lichaam, genomen uit het stof, dat aan onophoudelijke verandering en aan ontbinding onderworpen is. Zo had hij voedsel nodig tot onderhoud, maar ook een vrucht om de ontbinding tegen te gaan en het voor de dood te bewaren. Zeker heeft in die vrucht de kracht gelegen, om dat lichaam van de mensen hoe langer hoe heerlijker te doen worden. Het afsluiten van de boom des levens is daarom voor de mens zijn dood. ().
Er is niets ongerijmds in het denkbeeld, dat een lichamelijk voedsel niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk leven kan onderhouden. In de wijn enzovoort hebben wij de voorbeelden van stoffelijke genietingen die even veel invloed uitoefenen op de geest als op het lichaam..
Maar wat was, wat bedoelde die boom? Vanwaar zijn eigenaardige naam? Die naam geeft, naar de bedoeling van de Schrift, het eigenaardige karakter en de bijzondere bestemming van deze boom aan, die, niet door de natuur zelf van die boom, maar door de duidelijke aanwijzing en het uitgedrukt gebod van God zelf wordt bepaald. God stelde hem tot een boom van beproeving van Adams gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid, om deze het wezenlijk en blijvend onderscheid tussen kwaad en goed te leren kennen. Een sacrament was hij niet, want een sacrament wordt gegeven om dat te genieten en van de boom van de kennis mocht niet gegeten worden..
Waarom stelde God die boom van de kennis, daar Hij vantevoren wist, dat de mens daarvan eten en daardoor vallen zou. "De aard van de gehoorzaamheid brengt mee, dat zij vrijwillig moet zijn. Waar de mogelijkheid niet bestaat, om zich aan het volbrengen van een gebod te onttrekken, kan slechts van blinde noodzakelijkheid gesproken worden. God wilde dat de mens niet slechts gewillig, maar ook vrijwillig het goede doen en op die wijze zich tot de ware vrijheid ontwikkelen zou, die noodzakelijk is om heilig te zijn. Deze beproeving was niet alleen nuttig, maar ook bij het wezen en de bestemming van de mens bepaald noodzakelijk, terwijl hij bovendien door Zijn kracht haar volkomen kon doorstaan..
Zonder vrijheid zou de mens het beeld van God niet zijn, zonder vrije keus van het goede kon hij de rechte beheerser der aarde niet zijn. De zonde nam de vrijheid van de mensen weg; Het is Christus die waarlijk vrij maakt en daardoor de mens weer overwinnaar en heerser van de wereld doet worden. Johannes 8:36), 1 Johannes 5:4), (Openbaring 3:21). Bij de vrijheid en de macht, de mens verleend, kon God, alleen door een gebod te geven en daardoor zich zelf als de hoogste Wetgever te openbaren, de alléén besturende blijven, en zonder dit vrijmachtig bestuur zou de Heere geen God zijn. Ook wilde Hij de mens tot die hogere volmaaktheid opleiden, dat hij niet meer vallen en zondigen kon, maar voor altijd in het goede bevestigd zou zijn. Zo maakten de heerlijkheid van de mensen, en Gods eer en liefde tezamen de boom en dat gebod noodzakelijk..
De mens is alzo door God geschapen, dat hij wel kon zondigen, maar niet behoefde te zondigen. Had hij het gebod gehouden, dan was hij in een toestand gekomen, waarin hij niet meer kon zondigen; nu hij echter het proefgebod overtreden heeft kan hij niet anders dan zondigen..
In Adam heeft God, de Heere met de mens een verbond opgericht, het verbond van de weken, waarbij de mens het eeuwige leven wordt beloofd, zo hij het gebod van God houdt, maar waarbij ook met de dood wordt gedreigd, indien hij het gebod overtreedt. Onvoorwaardelijke gehoorzaamheid is de eis van dit verbond, en het eeuwige leven, het loon op de gehoorzaamheid. Dat loon moet echter ook als genadeloon worden beschouwd, daar de Heere God ook zonder de toezegging van het eeuwige leven eisen kon en moest, dat Zijn geboden werden onderhouden.
2) Want deze boom heb Ik tot een boom van beproeving gemaakt en wil u door deze beproeven, of gij aan Mijn stem gehoorzamen en in Mijn liefde blijven zult. Zult gij dat doen en de verzoeking ten kwade, die niet lang uitblijven zal, beslist afwijzen, zo zult gij een grote schrede voorwaarts doen tot het grote doel van uw roeping en ook verder van de boom des levens mogen eten. Maar met het genot van de vruchten van deze levensboom wil ik de zegen voor u verbinden, dat het sterfelijke, dat wegens uw lichaam, dat uit het stof werd genomen, u aanhangt, door het leven verslonden worde, Hoofdstuk 3:24. Zult gij daarentegen de gemeenschap met Mij verbreken en Mijn gebod verlaten, zo zult gij al het verderf van de zonde over u brengen..
II. Vers 18-25. God maakte uit de eerste mens een tweede, bij de man de vrouw, en regelt de betrekking tussen beide.