Spreuken 3:13-20
Salomo had er ernstig bij ons op aangedrongen om vlijtig te zoeken naar wijsheid, Hoofdst. 2, 1 en verv, en ons verzekerd dat wij in ons oprecht en gestadig najagen ervan wel zullen slagen. Maar nu is de vraag: Wat zullen wij er door verkrijgen, als wij haar gevonden hebben? Vooruitzicht op voordeel is de drijfveer van en de prikkel tot vlijt en inspanning. Daarom toont hij aan van hoeveel voordeel het voor ons zal wezen, dit vaststellende als een ontwijfelbare waarheid, dat de mens welgelukzalig is, die wijsheid vindt, de ware wijsheid, die bestaat in de kennis en liefde van God, en een gedragslijn, die volkomen in overeenstemming is met al de bedoelingen van Zijn waarheid, de leidingen van Zijn voorzienigheid en Zijn wetten. Merk nu op:
I. Wat het is om wijsheid te vinden en er gelukkig door te worden gemaakt.
1. Wij moeten haar verkrijgen. Hij is gelukzalig, die haar gevonden hebbende, haar tot de zijne maakt, er deel en bezit van krijgt, die verstand uittrekt, zo is het in het oorspronkelijke.
a. Die haar van God heeft, haar niet hebbende in zichzelf, schept hij haar met de emmer des geloofs uit de fontein van alle wijsheid, die mildelijk geeft.
b. Die er moeite voor doet, zoals hij, die erts graaft uit een mijn, als zij niet gemakkelijk tot ons komt, dan moeten wij zoveel te meer kracht aanwenden om haar te trekken.
c. Die er een goed gebruik van maakt, die enig verstand verkregen hebbende, toeneemt in kennis, zodat hij zijn vijf talenten tot tien maakt.
d. Die er goed mee doet haar mededeelt aan anderen, uit zijn schat nieuwe en oude dingen tevoorschijn brengt tot hun lering. Datgene is goed en tot een goed doeleinde verkregen, hetwelk aldus goed en tot een goed doeleinde gebruikt wordt.
2. Wij moeten er handel voor doen. Wij lezen hier van de koophandel van de wijsheid, hetgeen te kennen geeft:
a. Dat wij er ons hoofdwerk van moeten maken, en het niet als een bijzaak moeten beschouwen, zoals de koopman zijn hoofdgedachten en zijn tijd aan zijn koophandel wijdt.
b. Dat wij er alles aan moeten wagen, zoals met een bedrijfskapitaal, en gewillig zijn om er alles voor af te staan. Dit is de parel van grote waarde, en als wij haar gevonden hebben, moeten wij gaarne alles verkopen, om haar te kunnen kopen, Mattheus 13:45, 46. Koop de waarheid, Spreuken 23. 23, hij zegt niet tot welke prijs, omdat wij, veeleer dan haar te missen, haar moeten kopen tot elke prijs.
3. Wij moeten haar aangrijpen, zoals wij gretig toeslaan als ons een voordelige koop wordt aangeboden, hetgeen wij zoveel zorgzamer doen, als er gevaar is dat het ons uit de handen zal genomen worden. Wij moeten haar aangrijpen met alle macht, alle krachten inspannen in het najagen ervan, alle gelegenheden aangrijpen om er in toe te nemen, en ook op haar minste voorschriften letten. 4. Wij moeten haar behouden, het is niet genoeg de wijsheid aan te grijpen, wij moeten haar ook vasthouden, haar vasthouden met het vaste besluit om haar nooit los te laten, maar ten einde toe op de weg van de wijsheid te volharden. Wij moeten haar onderhouden, zo lezen het sommigen, haar met alle macht omhelzen zoals wij doen met hetgeen wij willen onderhouden. Wij moeten alles doen wat wij kunnen om de kwijnende belangen van de Godsdienst in de plaats van onze inwoning te ondersteunen.
II. Waarin het geluk bestaat van hen, die haar vinden.
1. Het is een alles-overtreffend geluk, meer dan gevonden kan worden in de rijkdom van de wereld, al zouden wij daar ook nog zoveel van hebben, vers 14, 15. Het is niet alleen een zekerder, maar ook een voordeliger, koopwaar om te handelen voor de wijsheid, voor Christus, en genade, en geestelijke zegeningen, dan voor zilver en goud, en robijnen. Gesteld eens dat iemand deze in grote overvloed had, ja dat hij alles had, wat hij in deze wereld kan begeren, en wie is het, die dit ooit gehad heeft?
a. Dit alles zou hem geen hemelse wijsheid kunnen doen verkrijgen, ja het zou ten enenmale veracht worden, zij kan voor goud niet verkregen worden, Job 28:15 en verv.
b. Dit alles zou niet opwegen tegen het gebrek aan hemelse wijsheid, noch het rantsoen zijn voor een ziel, die door haar eigen dwaasheid ten verderve ging.
c. Dit alles zou een mens niet half zo gelukkig maken, neen, zelfs niet in deze wereld, als diegenen zijn, die ware wijsheid bezitten, al hebben zij ook hoegenaamd niets van deze dingen.
d. Hemelse wijsheid zal ons datgene verkrijgen en verzekeren, dat voor geen zilver en goud en robijnen gekocht kan worden.
2. Het is waar geluk, want het bevat al datgene, dat verondersteld wordt de mensen gelukkig te maken, vers 16, 17. De wijsheid wordt hier voorgesteld als een luisterrijke, weldadige koningin, die aan haar getrouwe, liefhebbende onderdanen gaven toereikt, en die gaven aanbiedt aan allen, die zich aan haar regering willen onderwerpen.
A. Is lengte van dagen een zegen? Ja, de kostelijkste, het leven sluit alle goed in, en daarom biedt zij dit aan met haar rechterhand. De Godsdienst geeft ons de beste methode om het leven te verlengen, geeft ons recht op de beloften ervan, en al zouden onze dagen op aarde niet meer zijn dan die van onze naasten, verzekert hij ons toch een eeuwig leven in een betere wereld.
B. Acht men dat rijkdom en eer zegeningen zijn? Zij zijn het, en deze reikt zij toe met haar linkerhand. Want, gelijk zij bereid is om hen, die zich aan haar onderwerpen, met beide armen te omhelzen, zo is zij ook bereid hun met beide handen gaven toe te reiken. Zij zullen de rijkdom hebben van deze wereld, in zover de oneindige wijsheid het goed voor hen acht, maar de ware rijkdommen, door welke de mensen rijk zijn in God, zijn hun verzekerd, en er is geen eer, hetzij door geboorte of bevordering, te vergelijken bij die, welke de Godsdienst geeft, zij maakt de rechtvaardige voortreffelijker dan zijn naaste, beveelt de mensen aan bij God, gebiedt achting en eerbied bij geheel het sobere deel van het mensdom en zal hen, die thans onbekend of in vergetelheid leven, in de andere wereld doen blinken als de zon.
C. Wordt genot of genoegen gezocht evenzeer als alle andere dingen? Ja, en het is zeker, dat in ware vroomheid het grootst mogelijke genoegen is. Haar wegen zijn wegen van lieflijkheid, de wegen, waarop zij ons leidt om er op te wandelen, zijn van zo'n aard, dat wij er overvloedig genot en voldoening in zullen vinden. Al de genietingen en vermaken van de zinnen zijn niet te vergelijken bij het genot, dat Godvruchtige zielen smaken in gemeenschapsoefening met God en in goeddoen. Datgene wat alleen de rechte weg is om aan het einde van onze reis te komen, daar moeten wij op wandelen, hetzij hij schoon is of modderig, aangenaam of onaangenaam is, maar de weg van de Godsdienst is, gelijk hij de rechte weg is, ook een aangename weg, hij is effen en schoon en bestrooid met rozen. Al haar paden zijn vrede. Er is niet slechts vrede aan het einde maar vrede op de weg, niet alleen op de weg van de Godsdienst in het algemeen, maar op de bijzondere paden van die weg, op al haar paden, al de verschillende daden en plichten ervan. Het een maakt niet bitter wat door het andere zoet was gemaakt, zoals dit door de bijmengselen van de wereld geschiedt, allen zijn vrede, niet alleen lieflijk, maar veilig, de heiligen gaan aan deze zijde van de hemel in tot de vrede, en genieten een tegenwoordige rust.
3. Het is de zaligheid van het paradijs, vers 18. Zij is een boom des levens. Ware genade is datgene voor de ziel wat de boom des levens geweest zou zijn, waarvan onze eerste ouders buitengesloten werden om hun eten van de verboden boom, het is een zaad van onsterflijkheid, een fontein van levend water springende tot in het eeuwige leven. Het is een voorsmaak van het nieuwe Jeruzalem, in het midden waarvan de boom des levens is, Openbaring 22:2, 7. Zij, die zich voeden met en onthalen op deze hemelse wijsheid, zullen niet slechts van elke noodlottige ziekte er door genezen worden, maar een tegengif vinden tegen ouderdom en dood, zij zullen eten en leven tot in eeuwigheid.
4. Het is een delen in de gelukzaligheid van God zelf, want wijsheid is Zijn eeuwige heerlijkheid en gelukzaligheid, vers 19, 20. Het moet ons de wijsheid en het verstand dat God geeft van harte doen liefhebben, dat de Heere de aarde door wijsheid gegrond heeft, zodat zij niet bewogen kan worden, noch ooit falen kan om te beantwoorden aan de doeleinden van haar schepping, waartoe zij zo uitnemend geschikt is, en dat Hij evenzo de hemelen door verstandigheid heeft bereid, en er al de bewegingen van op de beste wijze heeft bestuurd en geregeld. De hemellichamen zijn zeer groot, maar er is geen gebrek in, geen fout, zij zijn talrijk, maar toch is er geen wanorde in, de beweging is snel, en toch is er geen slijtage in. De afgronden van de zee zijn gekloofd, en vandaar komen de wateren beneden het uitspansel en de wolken druppelen dauw, de wateren boven het uitspansel, en dit alles geschiedt door de Goddelijke wijsheid en wetenschap, en daarom: Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, want daardoor zal hij tot alle goed werk volmaakt zijn toegerust. Christus is de wijsheid, door welke de werelden gemaakt en nog in wezen zijn, daarom zijn zij welgelukzalig wie Hij door God gemaakt is tot wijsheid want Hij kan al de voorgaande beloften van een lang leven, rijkdom en eer vervullen, want al de rijkdom van hemel, aarde en zee is Zijne.