Spreuken 13:12
1. Niets is smartelijker dan teleurstelling in een opgewekte verwachting, hoewel niet in de zaak zelf door een weigering, maar in de tijd door een uitstel. De uitgestelde hoop krenkt het hart doet het kwijnen, maakt de mens gemelijk en knorrig, maar hoop, die geheel vernietigd is doodt het hart, en hoe hoger de verwachting gespannen was, hoe grievender de verijdeling ervan is. Daarom is het onze wijsheid om ons niets groots voor te spiegelen van het schepsel ons niet te vleien met ijdele hoop van de wereld opdat wij onszelf geen kwelling veroorzaken en laat ons in hetgeen wij hopen ons voorbereiden op teleurstelling, opdat zij zoveel gemakkelijker te dragen zij als zij komt, laat ons niet haastig zijn.
2. Niets is lieflijker dan om ten laatste datgene te genieten, waarnaar wij lang verlangd hebben, waar wij lang op hebben gewacht, de begeerte die komt, brengt de mensen in een soort van paradijs, een hof van geneugten, want het is een boom des levens. Het zal de rampzaligheid van de goddelozen verzwaren, dat hun hoop verijdeld is, en het zal de gelukzaligheid des hemels des te meer welkom doen zijn aan de heiligen, dat zij is hetgeen waarnaar zij zo lang verlangd hebben als de kroon hunner verwachtingen.