Spreuken 2:1-9
Lang tevoren had Job gevraagd: De wijsheid vanwaar zal zij gevonden? Job 28:12, 20. Hij had op die vraag dit algemene antwoord gegeven: God weet haar plaats, vers 23. Maar Salomo gaat hier nog verder, en zegt ons beide, waar wij haar kunnen vinden en hoe wij haar kunnen verkrijgen.
Hier wordt ons gezegd:
I. Welke middelen wij moeten aanwenden om wijsheid te verkrijgen.
1. Wij moeten nauwkeurig achtgeven op het Woord van God, want dat is het woord van de wijsheid, dat ons wijs kan maken tot zaligheid, vers 1, 2..
a. Wij moeten ervan overtuigd zijn, dat de woorden Gods de fontein en de maatstaf zijn van wijsheid en verstand, en dat wij niet behoeven te begeren wijzer te zijn dan zij ons maken zullen. Wij moeten ons oor en ons hart er toe neigen, als tot de wijsheid en het verstand zelf, veel wijze dingen kunnen in menselijke geschriften gevonden worden, maar de Goddelijke openbaring en de ware Godsdienst, die er op gegrond is, zijn een en al wijsheid.
b. Wij moeten dienovereenkomstig het Woord van God ontvangen met alle bereidwilligheid des harten en het welkom heten, de geboden zowel als de beloften, zonder murmureren of tegenspreken. Spreek, Heere, want Uw knecht hoort.
c. Wij moeten ze bij ons wegleggen zoals wij onze schatten bij ons wegleggen, waarvan wij vrezen beroofd te zullen worden. Wij moeten het Woord van God niet slechts ontvangen, maar het houden, het houden in ons hart, teneinde het altijd gereed bij ons te hebben.
d. Wij moeten er ons oor toe neigen, wij moeten iedere gelegenheid aangrijpen om het Woord van God te horen, er met ernst en aandacht naar luisteren, als bevreesd zijnde dat er ons iets van zal ontglippen.
e. Wij moeten er ons hart toe neigen, want anders zou het van geen nut zijn dat wij er ons oor toe neigen.
2. Wij moeten veel in het gebed zijn, vers 3. Wij moeten roepen tot het verstand, zoals iemand, die op het punt is om van honger om te komen, dringend om brood vraagt, flauwe verlangens zullen niet baten wij moeten dringend aanhouden als degenen, die de waardij kennen van de kennis, en ons eigen gebrek er aan. Wij moeten roepen als nieuwgeboren kinderkens begerig zijn naar de onvervalste melk des Woords, 1 Petrus 2:2. Wij moeten onze stem verheffen tot het verstand, haar opheffen tot de hemel, vanwaar deze goede en volmaakte gaven verwacht moeten worden, Jakobus 1:17. Wij moeten onze stem geven tot het verstand, zo is het in het oorspronkelijke, ervoor spreken, ervoor stemmen, de tong onderwerpen aan het gebod van de wijsheid, wij moeten er onze stem aan toewijden, ons hart er toe geneigd hebbende, moeten wij onze stem gebruiken om haar te zoeken. Salomo kon "probatum est" schrijven op deze methode, hij bad om wijsheid en verkreeg haar. Wij moeten er moeite voor willen doen, vers 4. Wij moeten haar zoeken als zilver, haar verre verkiezen boven al de schatten van deze wereld, en arbeiden in het zoeken er naar als degenen die graven in de mijnen, zware arbeid verrichten, aan grote gevaren zijn blootgesteld met onvermoeibare vlijt en onverwinlijke standvastigheid en vastberadenheid, om het erts te zoeken, of, zoals degenen, die rijk willen worden, vroeg opstaan, en laat opblijven, niets onbeproefd laten, om maar geld te verkrijgen en hun schatkameren te vullen. Even naarstig moeten wij zijn in het gebruiken van de middelen om kennis te verkrijgen en te vervolgen om de Heere te kennen.
II. Op welke voorspoed wij kunnen hopen in het gebruik van deze middelen, onze arbeid zal niet ijdel zijn, want:
1. Wij zullen weten hoe onze bekendheid en gemeenschap met God te onderhouden, Gij zult de vreze des Heeren verstaan, vers 5, gij zult weten Hem op de rechte wijze te aanbidden, gij zult in de verborgenheid en de betekenis van iedere inzetting ingeleid worden, en instaat zijn om aan het doel van de inzetting te beantwoorden, gij zult de kennis Gods vinden die nodig is om Hem op de rechte wijze te vrezen. Het is ons nodig te begrijpen dat het ons belang is om God te kennen, en dit te bewijzen door dienovereenkomstige genegenheid voor en aanbidding van Hem.
2. Wij zullen weten hoe ons op de rechte wijze te gedragen tegenover alle mensen, vers 9. Gij zult door het Woord van God verstaan gerechtigheid en recht en billijkheid, zult die beginselen van rechtvaardigheid en barmhartigheid en billijkheid leren, die u in geheel uw levenswandel zullen besturen en regeren, u geschikt zullen maken voor iedere betrekking van het leven en ieder bedrijf, en u getrouw zullen maken voor alles wat u opgedragen wordt. Het zal u niet alleen een recht denkbeeld geven van rechtvaardigheid, maar ook de gezindheid om haar te beoefenen, en om aan iedereen te geven wat hem toekomt, want zij die niet rechtvaardiglijk handelen, verstaan haar niet recht. Dit zal hen leiden op alle goede pad, want de Schrift zal de mens Gods volmaakt maken. Diegenen hebben de beste kennis die hun plicht kennen, Psalm 111:10.
III. Welke grond wij hebben om te hopen op dit welslagen in ons zoeken van wijsheid, onze aanmoediging hiertoe moeten wij alleen aan God ontlenen, vers 6-8.
1. God heeft wijsheid om te geven, vers 6. De Heere is niet slechts zelf wijs, maar Hij geeft wijsheid, en dat is meer dan de wijste mensen in de wereld doen kunnen, want het is Gods kroonrecht om het verstand te openen. Al de wijsheid, die in enigerlei schepsel is, is Zijn gave Zijn vrije gave, en Hij geeft haar mildelijk, Jakobus 1:5. Hij heeft haar aan velen gegeven, en geeft haar nog, zo laat ons dan ons tot Hem er voor wenden.
2. Hij heeft de wereld gezegend met een openbaring van Zijn wil. Uit Zijn mond komt door de wet en de profeten, door het geschreven Woord en door Zijn dienaren, die Zijn mond zijn bij de kinderen van de mensen, kennis en verstand, zo'n ontdekking van waarheid en goed, als indien wij er de indruk van toelaten en ontvangen ons waarlijk verstandig zal maken. Het is beide een aansporing en een aanmoediging om wijsheid te zoeken, dat wij de Schriften hebben om te onderzoeken, waarin wij haar, zo wij vlijtig zoeken, kunnen vinden. 3. Hij heeft er inzonderheid in voorzien dat Godvruchtige mensen, die in oprechtheid gezind zijn om Zijn wil te doen, die kennis en dat verstand zullen hebben, welke hun nodig zijn, Johannes 7:17. Laat hen zoeken en zij zullen haar vinden, laat hen bidden, en zij zal hun gegeven worden, vers 7, 8.
Merk hier op:
A. Wie het zijn, die aldus bevoorrecht worden. Het zijn de oprechten, in wie het beeld Gods vernieuwd is, dat bestaat in gerechtigheid, en zij, die in oprechtheid wandelen, die eerlijk zijn in hun handelingen, beide met God en de mensen en er een gewetenszaak van maken om hun plicht te doen in zover zij hem kennen, zij zijn Zijn gunstgenoten, Zijn heiligen, toegewijd aan Zijn eer en afgezonderd voor Zijn dienst.
B. Wat voor hen voorzien is.
a. Onderwijs. De middelen van wijsheid zijn aan allen gegeven, maar de wijsheid zelf, gezonde wijsheid, is weggelegd voor de oprechten, vers 7, weggelegd in Christus, hun Hoofd, in wie alle de schatten van de wijsheid en kennis verborgen zijn en die ons geworden is wijsheid van God. Die de Geest van de openbaring is in het woord, is een Geest van wijsheid in de zielen van hen, die geheiligd zijn, die wijsheid welke bestaat in Zijn weg te verstaan, en het is gezonde wijsheid, haar grondslag is vast, haar beginselen zijn solide, en haar voortbrengselen zijn van duurzaam voordeel.
b. Voldoening. Sommigen lezen het: Hij legt goed weg voor de oprechten, niet alleen degelijke kennis, meer degelijk geluk en ware lieflijkheid, Spreuken 8:21. Rijkdommen zijn dingen, die niets zijn, en zij, die ze hebben beelden zich slechts in dat zij gelukkig zijn maar wat voor de rechtvaardigen weggelegd is in de beloften en in de hemel, zal hen waarlijk, geheel en al en voor eeuwig gelukkig maken.
c. Bescherming. Zelfs zij, die in oprechtheid wandelen, kunnen in gevaar worden gebracht ter beproeving van hun geloof, maar God is hun een schild, zodat niets van hetgeen hun wedervaart hun werkelijk kwaad doet, noch hun een schrikwekkende vrees zal inboezemen, zij zijn veilig, en zij zullen zich veilig achten. Vrees niet, Abram, Ik ben u een schild. Het is hun weg, het zijn de paden des rechts, waarop zij wandelen, die de Heere kent en zegent en bewaart.
d. Genade, om te volharden tot het einde. Indien wij steunen en vertrouwen op God, Hem zoeken om wijsheid van Hem te verkrijgen, dan zal Hij ons steunen in onze oprechtheid, en ons bekwaam maken om de paden des rechts te houden, hoe wij ook verzocht zijn om er vanaf te wijken, want Hij bewaart de weg van Zijn gunstgenoten, opdat hij niet verkeerd of verdorven worde, en aldus bewaart Hij er hen veilig en onberispelijk in tot Zijn hemels koninkrijk. De verzekeringen, die God ons gegeven heeft van Zijn genade, zullen, als wij ze recht gebruiken, ons opwekken en verlevendigen in ons streven om onze plicht te doen. Werkt uws zelfs zaligheid, want het is God, die in u werkt.