Spreuken 29:17
1. Het is zeer gelukkig als kinderen blijken de troost voor hun ouders te zijn, goede kinderen zijn dit, zij doen hun gerustheid aan, maken dat zij zich behaaglijk en op hun gemak gevoelen, ontheven van de vele zorgen, die zij voor hen gehad hebben Het is een genot voor ouders dat alleen diegenen kennen, die er mee gezegend zijn, om de gelukkige vruchten te zien van de goede opvoeding, die zij hun kinderen gegeven hebben, en het vooruitzicht te hebben van hun welvaren in beide werelden, het geeft zielevreugde naar verhouding van de vele gedachten des harten, die zij over hen gehad hebben.
2. Te dien einde moeten kinderen in strenge tucht worden opgevoed, moet hun niet toegelaten worden te doen wat zij willen, moeten zij niet ongestraft blijven als zij verkeerd doen. De dwaasheid, die in hun hart gebonden is moet door tuchtiging van hen uitgedreven voorden als zij jong zijn, of zij zal tot hun eigen schande en tot schande van hun ouders uitbreken als zij volwassen zijn.