Spreuken 13:24
1. In de opvoeding van kinderen voor hetgeen goed is, is er betamelijke tuchtiging nodig wegens hetgeen verkeerd is, ieder ondzer kinderen is een kind van Adam, en daarom is die dwaasheid in zijn hart gebonden, die bestraffing nodig maakt, de roede en de bestraffing, die wijsheid geven.
Merk op: Het is zijn roede, die gebruikt moet worden, de roede van een ouder, bestuurd door wijsheid en liefde, en bedoeld ten goede, niet de roede van een dienstknecht.
2. Het is goed om bijtijds te beginnen met kinderen onder het nodige bedwang te brengen tegen kwaad, eer de gewoonten van de ondeugd ingeworteld zijn. De twijg wordt gemakkelijk gebogen als zij nog lenig is.
3. Diegenen haten in werkelijkheid hun kinderen, ofschoon zij voor geven veel van hen te houden, die hen niet onder strenge tucht houden, die hen niet door alle geschikte strenge middelen, indien zachte zonder uitwerking blijven, een besef doen hebben van hun gebreken, en hen bevreesd doen zijn om te overtreden. Zij geven hen over aan hun ergste vijand, aan de gevaarlijkste ziekte, en daarom haten zij hen. Laat dit kinderen verzoenen met de tuchtiging, die zij van hun goede ouders ontvangen, zij geven haar uit liefde en tot hun welzijn, Hebreeën 12:7-9.