Spreuken 28:7
Godsdienst is ware wijsheid, en hij maakt de mensen verstandig in iedere betrekking. Hij, die nauwgezet de wet bewaart, is wijs, en hij zal inzonderheid een wijze zoon zijn, hij zal verstandig handelen met zijn ouders, want de wet van God leert hem dit.
Slecht gezelschap is een grote hinderpaal voor de Godsdienst. Zij, die metgezellen zijn van de onmatigen, die dezulken verkiezen tot hun vrienden, en behagen vinden in de omgang met hen, zullen gewis afgetrokken worden van het bewaren van Gods geboden, en er toe gebracht worden om ze te overtreden, Psalm 119:115.
Goddeloosheid is niet slechts een smaad voor de zondaar zelf, maar ook voor allen, die aan hem verwant zijn. Hij, die liederlijk gezelschap houdt, zijn tijd en geld daarmee doorbrengt, doet zijn ouders niet alleen smart, maar ook schande aan, het werpt een blaam op hen, alsof zij hun plicht niet jegens hem gedaan hadden. Zij schamen zich er voor dat hun kind hun buren zo tot ergernis en schade is.