Spreuken 13:20
Zij, die goed willen wezen, moeten in goed gezelschap verkeren, hetgeen een bewijs voor hen is dat zij goed willen zijn. Het karakter van de mensen wordt gekend naar het gezelschap, dat zij kiezen en dat zal een middel zijn om hen goed te maken, hun de weg te wijzen, en er hen toe aan te moedigen en op te wekken. Hij, die zelf wijs wil wezen, moet met wijzen omgaan, moet dezulken voor zijn vertrouwde vrienden kiezen en als zodanig met hen omgaan, hij moet onderricht van hen vragen en aannemen, vrome en nuttige gesprekken met hen houden, Ecclesiasticus 8:9. Laat u het gesprek van de oudsten niet ontgaan, want ook zij zijn van hun vaderen geleerd, en Hoofdst. 6:35, Wees bereid om ieder Godvruchtig gesprek aan te horen, en laat u de gelijkenissen van het verstand niet ontgaan.
Zeer velen zijn ten verderve gebracht door slecht gezelschap, een metgezel van zotten zal verbroken worden, aldus sommigen, zal bekend worden, aldus de LXX, bekend worden als een dwaas, "noscitur ex socio aan zijn gezelschap wordt hij gekend". Hij zal hun gelijk wezen, aldus sommigen, zal goddeloos gemaakt worden, aldus anderen, het komt alles op hetzelfde neer, want al degenen en diegenen alleen die zich goddeloos maken, zullen verbroken worden, en zij, die zich met boosdoeners vergezellen, zijn verdorven, dus verloren, en ten laatste schrijven zij hun dood er aan toe.