Spreuken 26:12
Hier wordt:
1. Een geestelijke ziekte verondersteld, en die is eigenwaan. Hebt gij een man gezien? Ja, wij hebben er menigeen gezien, die wijs in zijn ogen is, die wel een weinigje verstand heeft, maar er trots op is, denkt dat het veel meer is dan het is, meer dan iemand van zijn naburen heeft, en die genoeg heeft, zodat hij geen behoefte heeft aan meer, die zo'n hoge dunk heeft van zijn bekwaamheden, dat hij stijfhoofdig is, en op iedereen en op alles wat te bevitten en te bedillen heeft, al het gebruik dat hij maakt van zijn kennis is dat hij er zich door opblaast. Of, indien wij door een wijs man een godsdienstig man verstaan, dan is het een beschrijving van het karakter van hen, die enig godsdienstig vertoon makende, de mening koesteren dat hun geestelijke staat goed is, terwijl hij in werkelijkheid zeer slecht is, zoals Laodicea, Openbaring 3:17.
2. Het gevaarlijke van deze ziekte, zij is wanhopig, er is meer verwachting van een zot, die weet en erkent dat hij dit is, dan van zo iemand. Salomo was niet alleen zelf een wijs man, maar een onderwijzer van wijsheid, en deze opmerking heeft hij gemaakt op zijn leerlingen, dat zijn werk het moeilijkst was en dat hij het minst slaagde bij hen, die een goede mening van zichzelf koesterden, en zich niet bewust waren onderricht van node te hebben. Daarom: "zo iemand denkt dat hij wijs is, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden," 1 Corinthiers 3:18. Er is meer hoop voor een tollenaar dan voor een trotse Farizeeër Mattheus 21:32. Velen worden verhinderd om waarlijk wijs en godsdienstig te zijn door een valse ongegronde waan dat zij het zijn Johannes 9:40, 41.