20. Hebt gij enen man gezien, die haastig in zijne woorden is, die in vertrouwen op eigene wijsheid en deugd, spoedig gereed is een oordeel te vellen en zijne besluiten en meningen uit te spreken? a) van enen zot, wiens hart nog niet geheel voor de wijsheid Gods gesloten is, is meer verwachting, dat hij zich nog bekeren zal, dan van hem; 1) want hij is wijs en verstandig genoeg in eigene ogen en verwerpt alle tucht, vermaning en raad (
Jakobus 1:19.
Mattheus 21:31).
1) Zie hier, hoe luttel hope er is, om een haastigen en driftigen man, die zijne woorden onbedachtelijk uitwerpt, weer tot wijsheid en bedachtzaamheid te brengen, uit kracht namelijk van zijne voortvarendheid en gebrek aan overleg en nadere beschouwing. Hij is driftig in zijn begrip, en wil met één oogopslag terstond alles bevatten, doch ziet dikwijls de dingen maar ten halve, springt van het ene op het andere, overweegt niets behoorlijker wijze, denkt nooit bezadigd om zijn werk, en is dus van een wuften weifelachtigen, ongestadigen geest, van wien nooit iets goeds te maken is, gelijk men dus nog iets zou kunnen uitwerken met iemand, die zwaar van begrip en traag van bevatting is, en luttel vordert in het leren.. 21. Als men zijnen knecht, in het algemeen ieder, die nog niet tot de vrijheid van den waarlijk wijze doorgedrongen is, in plaats van hem met de roede der wet Gods te tuchtigen, van jongs op weeldrig houdt, en alzo den hem aangeboren lust, om zijn eigen wil op te volgen, versterkt, hij zal in zijn laatste, zonder evenwel tot de innerlijke vrijheid gekomen te zijn, een zoon 1) en erfgenaam willen zijn, zodat hij een ware dwingeland voor zijnen heer wordt.
1) Het woord in den grondtekst komt slechts éénmaal in het O.Testament voor. Luther vertaalt het door jonker. Anderen door een ondankbare ziel In elk geval wordt hier door den wijzen koning Israëls gewaarschuwd tegen het uitwissen der standen en het niet uitoefenen van het gezag tegenover den dienstbare. Coccejus geeft het aldus terug: "Iemand, die zijn knecht al te zacht en te teder behandelt, die zal eindelijk zelf een kind worden of zich zo zeer onder zijn knecht vernederen, gelijk een kind onder een hofmeester of een opziener zijner jeugd."