Spreuken 26:4-5
Zie hier de edele zekerheid en vastheid van de stijl van de Schrift, die schijnbaar zich tegenspreekt, maar dit in werkelijkheid niet doet. Wijze mensen hebben het nodig bestuurd te worden in hun omgang met dwazen, en nooit hebben zij meer wijsheid nodig dan in hun handelen met de zodanigen, te weten wanneer zij moeten zwijgen en wanneer zij moeten spreken, want er kan een tijd wezen voor beide.
1. In sommige gevallen zal een wijs man zijn verstand niet scherpen om met een dwaas te redeneren, zodat hij hem dan niet antwoordt naar zijn dwarsheid. "Als hij zich beroemt, antwoord hem dan niet door u te beroemen. Als hij smaalt en spot en in drift spreekt dan moet gij niet ook gaan spotten en in drift spreken. Als hij een grote leugen spreekt, spreek gij dan geen leugen om hem te evenaren. Als hij uw vrienden belastert, ga gij dan de zijnen niet belasteren. Als hij smaalt, beantwoord hem dan niet in zijn eigen taal, opdat gij hem niet gelijk wordt, gij, die betere dingen kent, gij, die meer verstand hebt en die beter geleerd hebt."
2. Maar in andere gevallen zal een wijs man zijn wijsheid gebruiken ter overtuiging van een dwaas, als hij, door nota te nemen van hetgeen hij zegt, de hoop kan koesteren om goed te doen, of tenminste om meerder kwaad te voorkomen, hetzij voor hemzelf of voor anderen. Indien gij reden hebt om te denken dat uw stilzwijgen als een bewijs geacht zal worden van de zwakheid uwer zaak, of van uw eigen zwakheid, dan moet gij hem antwoorden, en laat het dan een antwoord "ad hominem op de man af" zijn, sla hem met zijn eigen wapens, en dat zal een antwoord wezen "ad rem ter zake," of zo goed als een. Als hij met iets voor de dag komt dat op een argument gelijkt antwoord daar dan op, en schik uw antwoord naar zijn toestand. Als hij, omdat gij hem niet antwoordt, denkt dat hetgeen hij zegt onweerlegbaar is, geef hem dan een antwoord, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij en op de overwinning roemt." Want de wijsheid moet gerechtvaardigd worden van haar kinderen", Lukas 7:35.