28. a) Zet de oude palen van uw land niet terug, tot schade van uwen nabuur, en vergenoeg u met uwe bezitting; eerbiedig de verbintenissen, die uwe vaderen gemaakt hebben, door het houden van welke zij zegen voor zich en voor u ontvingen; eer hen door de onderhouding van hetgeen zij aan u overgeleverd hebben, zowel in zeden als in bezittingen; en vlied de zucht naar het nieuwe, die uit ijdelheid en hebzucht voortkomt (
Job 24:2.
Hosea 5:10).
a) Deuteronomium 19:14; 27:17. Spreuken 23:10,
Bij het Israëlietische volk had het verbod nog deze bijzondere betekenis, dat door de verandering der oude grenzen de door God verordende, door het lot bepaalde verdeling van het heilige land tussen de families verstoord werd, hetgeen uitdrukkelijk door den Heere was verboden. (Deuteronomium 19:14 Aanm).
De Spreukenuk vindt zijne toepassing meer in het bijzonder op geestelijk gebied, waarbij men de oude, door de vaderen na een heftigen geestelijken strijd bepaalde grenzen tegen on- en bijgeloof niet moet verplaatsen door eigenwijsheid of hedendaagse zogenaamde verdraagzaamheid; onze tijd let niet zo nauw op de grenzen en rechten, en daardoor wordt de zo berispelijke onverschilligheid al groter en groter..
Het voorschrift, dat de palen niet verzet mogen worden, kan ook op zinnebeeldige wijze tot het verbod worden uitgebreid, dat in het algemeen de wetten, die door hare oudheid eerwaardig zijn geworden niet moeten veranderd worden, behalve in geval van nood, wanneer het dringend vereist wordt. 29. Hebt gij enen man gezien, die vaardig in zijn werk is?Door zijne uitstekende bekwaamheden en zijne beproefde trouw zal hij weldra algemeen bekend worden, ja hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden, die hem gaarne in hun nabijheid zullen zien, om in hem enen vertrouwden raadgever en dienaar te bezitten; hij verdient in enen ruimen werkkring geplaatst te worden; daarom, voor het aangezicht der ongeachte lieden, den ruwen en onverstandigen hoop, die zijne bekwaamheid niet weet op prijs te stellen, zal hij niet gesteld worden, om hen te dienen en te gehoorzamen. De almachtige God weet trouwe vlijt reeds op aarde door de mensen te doen erkennen en belonen (1 Koningen 10:8).
Wie ijverig en volhardend is op den weg der heiligmaking en in de vreze des Heeren, die zal eens met blijdschap voor Gods aangezicht staan, en uit genade beloond worden. (Lukas 19:17. 1 Samuël 16:20).
Aan bijzondere bekwaamheid en geschiktheid zal God enen werkkring verschaffen, daarmee overeenkomstig..
Zulk een die vol vlijt en ernst in zijn werk voortgaat, en levendig en werkzaam is in alles, wordt hier, hij mag gering en arm wezen zo hij wil, als een gelukkig mens geprezen, die veel kan afdoen in weinig tijds, die bekwaam is om anderen door zijn voorbeeld tot gelijke naarstigheid te trekken, en die nooit het brood der luiheid eet, en zijn bescheiden deel nooit zal missen..