1 Samuël 16:14-23
Wij zien hier hoe Saul zich ten val neigt, en David op weg is naar verhoging.
I. Saul is hier tot een verschrikking voor zichzelf geworden, vers 14.
De Geest des Heeren week van Saul, God en zijn plicht hebbende verlaten, heeft God in de weg van een rechtvaardig oordeel, hem de hulp onthouden van de goeden Geest, die hem geleid, geholpen en bemoedigd heeft in zijn regering en zijn oorlogen.
Hij verloor al zijn goede hoedanigheden. Dit was het gevolg van zijn verwerpen van God, en een blijk dat hij door Hem was verworpen. Nu heeft God Zijn goedertierenheid van Saul weggenomen, (zoals het is uitgedrukt in 2 Samuël 7:15) want als de Geest des Heeren van ons weggaat, dan gaat alle goed van ons weg.
Als de mensen door moedwillige zonde de Geest bedroeven en uitblussen, de wijkt Hij van hen, en zal niet altijd met hen twisten. Het gevolg hiervan was dat een boze geest van den HEERE verschrikte hem. Zij, die de goede Geest van zich wegdrijven, worden natuurlijk de prooi van de boze geest. Als God en Zijn genade niet over ons heersen, dan zullen zonde en Satan bezit van ons nemen.
Onder toelating Gods heeft de duivel Saul beroerd en verschrikt door middel van de bedorven vochten van zijn lichaam en het hartstochtelijke van zijn gemoed. Hij werd somber, wrevelig en ontevreden, vreesachtig en achterdochtig, nu en dan sprong hij op en sidderde hij. Soms zegt Josephus, was het alsof hij stikte, en bij vlagen gedroeg hij zich als een bezetene. Dit maakte hem ongeschikt voor de zaken, onbezonnen in zijn raadsbesluiten, tot minachting van zijn vijanden) en een last voor allen, die hem omringden.
II. Hier wordt David tot een arts van Saul gemaakt, en door dat middel naar het hof gebracht, een arts, die hem hulp verleende voor de ergste van alle krankheden, als niemand anders het kon. David was kortelings in het geheim gezalfd tot het koninkrijk, het zal hem nuttig wezen om naar het hof te gaan en de wereld te zien, hier wordt dit nu voor hem beschikt zonder enigerlei poging hiertoe van zichzelf of van zijn vrienden. Zij die door God tot enigerlei dienst bestemd worden, zullen door het samenwerken van Zijn voorzienigheid en genade hiertoe bereid en bekwaam gemaakt worden.
Saul is ziek, zijn dienaren hebben de eerlijkheid en de moed om hem te zeggen wat de ziekte is, waaraan hij lijdt, vers 15. Een boze geest, niet bij geval, maar van God en Zijn voorzienigheid, verschrikt u.
1. Het middel nu, dat zij hem allen aanraden tot zijn verlichting, was muziek, vers 16. "Laat een man voor u gezocht worden, die op de harp speelt. Hoe veel betere vrienden zouden zij voor hem geweest zijn, indien zij hem hadden aangeraden om, daar de boze geest, die hem verschrikte, van de Heere was, alle naarstigheid te doen om door een oprecht berouw met God verzoend te worden, om Samuël te zenden ten einde met hem te bidden en bij God voor hem te pleiten, dan zou hij niet slechte voor het ogenblik verlichting hebben gehad, maar de goede Geest Gods zou tot hem zijn wedergekeerd. Maar hun doel is hem vrolijk te maken en hem zo te genezen. Door dergelijke methodes worden velen, wier geweten van zonde overtuigd en opgeschrikt is, ten verderve gebracht, daar zij alle zorgen van de ziel smoren in de genietingen van de zinnen. Sauls dienaren hebben niet verkeerd gedaan om muziek te doen komen als een hulpmiddel om zijn geest op te vrolijken, indien zij daarbij ook om een profeet hadden gezonden om hem goede raad te geven. En het was nog goed (zoals bisschop Hall opmerkt) dat zij niet om een toveres of waarzegger gezonden hebben om door zijn bezweringen de boze geest uit te werpen, dat de goddeloze praktijk is geweest van sommigen, die de naam van Christenen hebben gedragen, en in hun benauwdheid de duivel hebben geraadpleegd, hun toevlucht hebben genomen tot de hel. Het zal niets minder dan een wonder van Goddelijke genade wezen, indien zij, die aldus met Satan overeenkomen, ooit weer van hem bevrijd worden.
2. Een van zijn dienaren heeft hem David aanbevolen als een geschikt persoon om voor deze dienst gebruikt te worden, weinig wetende dat hij de man was, die Samuël bedoelde, toen hij zei dat aan zijn naaste, die beter was dan hij, het koninkrijk gegeven zal worden. Hoofdstuk 15:28. Het is een zeer goed getuigenis dat Sauls dienaar hier geeft van David, vers 18, namelijk dat hij een man was zeer geschikt voor dat doel niet alleen, omdat hij schoon was van persoon en goed kon spelen, maar ook een kloekmoedig, dapper man was, verstandig in zaken, zeer geschikt om bevorderd te worden en (hetgeen het voornaamste was) de Heere is met hem.
Hieruit blijkt dat, hoewel David na zijn zalving tot zijn veldarbeid is teruggekeerd, en er op zijn hoofd geen sporen waren overgebleven van de olie-zo zorgvuldig heeft hij dat geheim bewaard-de werkingen des Geestes, door de olie aangeduid, echter niet verborgen konden blijven, maar hem zelfs in zijn afzondering deden schitteren, zodat al zijn naburen met verwondering de plotselinge goede vooruitgang van zijn geestvermogens hebben waargenomen. Zelfs in zijn herdersgewaad is David een orakel geworden, een kampioen, alles wat groot is. Weldra bereikte zijn vermaardheid het hof, want Saul deed navraag naar zulke jonge mannen, Hoofdstuk 14:52. Als de Geest Gods vaardig wordt over een man, dan doet Hij zijn aangezicht blinken.
3. Hierop wordt David naar het hof ontboden. En het schijnt:
A. Dat zijn vader hem zeer gaarne wilde afstaan, hem terstond-en met een geschenk-tot Saul heeft gezonden, vers 20. Het geschenk bestond, naar het gebruik van dientijd, in brood en wijn (vergelijk Hoofdstuk 10:3, 4) en was daarom aangenaam, daar het de hulde en trouw te kennen gaf van hem, die het zond.
Waarschijnlijk begreep Isai, die wist waar zijn zoon David voor bestemd was, dat Gods voorzienigheid er hem hierdoor bekwaam voor maakte, en daarom wilde hij Gods voorzienigheid niet vooruitlopen, door hem ongevraagd naar het hof te zenden, maar heeft hij blijmoedig de leiding van Gods voorzienigheid gevolgd, duidelijk ziende hoe hij er door op weg naar bevordering werd gesteld.
Sommigen opperen het denkbeeld dat Isai, toen hij de boodschap ontving: Zend uw zoon David tot mij, begon te vrezen dat hij er enige kennis van had ontvangen, dat David gezalfd was, en hem ontbood om hem kwaad te doen, en dat Isai hem daarom een geschenk zond om hem te bevredigen, maar waarschijnlijk heeft de persoon, die gezonden was om hem te halen, wel bericht gegeven van het doel, waarvoor hij ontboden werd. B. Saul was zeer vriendelijk voor hem, vers 21, hij beminde hem zeer en maakte hem tot zijn wapendrager, en (in tegenstelling met de wijze des konings, vers 8:11) vroeg hij zijn vader verlof om hem in zijn dienst te houden, vers 22. Laat toch David voor mijn aangezicht staan.
En hij had wèl reden om hem te achten en te waarderen, want hij heeft hem met zijn muziek zeer groten dienst bewezen, vers 23.
Zijn instrumentele muziek op de harp is de enige, waar melding van wordt gemaakt, maar naar het bericht, dat Josephus van hem geeft, moet hij er ook vocale muziek aan toegevoegd hebben, hymnen hebben gezongen waarschijnlijk Godgewijde hymnen, lofliederen, die hij met zijn harp begeleidde. Davids muziek was medicijn voor Saul.
a. Muziek heeft een natuurlijke strekking om de geest te vervrolijken en tot kalmte te brengen, als hij ontroerd en ternedergeslagen is. Elisa heeft haar aangewend om zijn eigen gemoed tot kalmte te brengen, 2 Koningen 3:15 . Op sommigen heeft zij meer invloed en uitwerking dan op anderen, en Saul behoorde waarschijnlijk tot hen, op wie zij grote invloed had, niet dat zij de bozen geest verdreef, maar zij kalmeerde Saul en verminderde de onstuimigheid, waardoor de duivel zo'n voordeel over hem had. De stralen van de zon-zegt de geleerde Bochart-kunnen met geen zwaard doorgesneden, door geen water uitgeblust, en door geen wind uitgewaaid worden, maar door de vensterluiken te sluiten, kan men ze buiten een kamer houden. Muziek kan op de duivel geen werking uitoefenen, maar zij kan de doortocht toesluiten, waardoor hij toegang heeft tot de geest.
b. Davids muziek was buitengewoon en een zegen voor hem. daar hij er vermaardheid door kreeg aan het hof, als iemand met wie de Heere is. God gaf aan zijn spel meer uitwerking dan anderen zouden gehad hebben. Saul vond, zelfs nadat hij vijandschap tegen David had opgevat, dat niemand anders hem dezelfde dienst kon bewijzen, Hoofdstuk 19:9, 10, wat een grote verzwaring was van zijn geweld tegen hem. Het is te betreuren dat muziek, die zo dienstbaar kon zijn aan een goede gesteldheid van het gemoed, door sommigen misbruikt wordt tot bevordering van ijdelheid en weelde, en tot een gelegenheid om het hart af te trekken van God en ernstige dingen. Als dat haar uitwerking is op sommigen, dan verdrijft zij de goede Geest, niet de boze geest.