Spreuken 18:11
De vaste en getrouwe bescherming beschreven hebbende van de rechtvaardige, vers 10, toont hij nu hier wat de valse en bedrieglijke beschutting is van de rijke, die zijn deel en schat heeft in de dingen van deze wereld, en er zijn hart op zet, hij verwacht evenveel van zijn rijkdom als een Godvruchtige van zijn God, en stelt er ook evenveel vertrouwen op.
Zie:
1. Hoe hij zich steunt, hij maakt zijn rijkdom tot zijn sterke stad, waarin hij woont, waarin hij met zeer veel zelfingenomenheid heerst, alsof hij een gehele stad onder zijn bestuur en bevel had. Het is zijn sterke stad, waarin hij zich verschanst en dan alle gevaar trotseert alsof niets hem kon schaden. Zijn rijkdom is zijn muur, die hem ontsluit, en hij denkt dat het een verheven muur is, die met geen stormladders beklommen kan worden, en waar men dus niet overheen kan komen, Job 31:24, Openbaring 18:7.
2. Hoe hij zich hierin bedriegt, het is een sterke stad en een verheven muur, doch slechts in zijn verbeelding, het zal blijken dat het dit niet in werkelijkheid is, maar als een huis, dat op het zand gebouwd is, zal het de bouwer falen als hij het het meest nodig heeft.