Spreuken 10:15
Dit kan opgevat worden op tweeërlei wijze.
1. Als een reden, waarom wij naarstig moeten zijn in ons beroep en bedrijf, ten einde de ontmoedigende onrust te vermijden, die de armoede meebrengt, en het voorrecht en welvaren te hebben van hen, die voorspoedig zijn in de wereld. Zich moeite geven is het middel om onszelf en ons gezin gemak en rust te bezorgen. Of liever:
2. Als een voorstelling van de gewone vergissing beide van rijken en armen met betrekking tot hun uitwendige toestand.
A. Rijke lieden denken dat zij gelukkig zijn, maar hierin vergissen zij zich. Des rijken goed is in zijn verbeelding een stad van zijn sterkte, terwijl het te zwak en volkomen ongenoegzaam is om hem tegen het ergste kwaad te beschermen. Het zal blijken dat zij niet zo veilig zijn als zij denken, ja hun rijkdom kan hen aan gevaar blootstellen.
B. Arme lieden denken ongelukkig te zijn omdat zij arm zijn, maar dat is hun vergissing, de armoede van de geringen is hun verstoring, zij beneemt hun de moed, verstoort en vernietigt hun behaaglijkheid, terwijl men toch zeer aangenaam en goedsmoeds kan leven, al heeft men niet veel om van te leven, zo men slechts vergenoegd is, een goede consciëntie bewaart en leeft door het geloof.