Spreuken 17:15
Dit toont aan welk een belediging het is van God:
1. Als zij, aan wie de bedeling van het openbare recht is opgedragen, rechters, gezworenen, getuigen, het Openbaar ministerie, advokaten, de schuldigen vrijspreken, of de onschuldigen veroordelen, of ook maar in het minst daartoe medewerken, dit gaat lijnrecht in tegen het doeleinde van de regering, hetwelk is de goeden te beschermen en de kwaden te straffen, Romeinen 13:3, 4. Het is even tergend voor God om de goddeloze te rechtvaardigen, al geschiedt het ook uit medelijden, en "in favorem vitae om leven te redden", als om de rechtvaardige te verdoemen.
2. Als particuliere personen zonde en zondaren voorspreken, goddeloosheid bemantelen en verontschuldigen, of betogen voeren tegen deugd en Godsvrucht, en aldus de rechte wegen des Heeren verkeren, en verwarring brengen in de eeuwige onderscheiding tussen goed en kwaad.