12. a) Een horend oor, dat de tucht en de lessen der wijsheid gewillig opneemt, en een ziend oog, dat duidelijk de boosheid der wereld en den wil van God erkent, heeft de HEERE gemaakt, Hij die alles ziet en hoort, ja, die beiden; 1) wilt gij dus goed horen en zien, zie dan in oprechte vrees op Hem, en wacht op Zijne goedertierenheid.
a) Exodus 4:11. Psalm 94:9.
1) Een oor te hebben is niet genoeg, dat heeft een dove ook, maar het moet een horend oor zijn. En zo ook een oog te hebben baat u niet, maar het moet een ziende oog wezen. En van daar dat de Heilige Geest van Salomo's lippen getuigt: Een horend oor en een ziend oog heeft de Heere gemaakt, ja die beiden. En omdat we nu ook in het geestelijke niets hoegenaamd vorderen met oren die niets opmerken en geen geluid verstaan, en evenmin met ogen die niets zien en niets waarnemen, daarom belijdt de Kerk van onzen Heere Jezus Christus, dat aan alle bewerking van den zondaar tot zaligheid een levend maken van den dode, een horend maken van het dove oor en ziende maken van het doffe, blinde oog, kortom een inplanting van het geloofsvermogen moet voorafgaan..
Dit geldt op lichamelijk en geestelijk gebied. God is de God der natuur, maar ook de God der genade. Wanneer een mens horende ter wereld komt en ziende, dan is dat Gods werk en grote goedheid. Maar evenzeer wanneer iemand hoort naar het Woord en ziet, wat God de Heere hem openbaart, dan is dit dewijl de Geest des Heeren hem zijne oren heeft doorboord en hem het geestelijk vermogen heeft gegeven om te zien.