Spreuken 20:10
Zie hier:
1. De verschillende kunstenarijen van bedrog die de mensen hebben, de wortel van al dat kwaad is geldgierigheid. Voor het betalen en ontvangen van geld, dat toen gewoonlijk bij het gewicht ging, hadden zij tweeërlei weegsteen, een van minder gewicht voor hetgeen zij betaalden, en een van meerder gewicht voor hetgeen zij ontvingen. Voor de inkoop en verkoop van goederen hadden zij tweeërlei maat, een bekrompen maat om mee te verkopen, en een ruime maat voor de inkoop. Dit was onrecht doen met list en berekening, en onder schijn van recht te doen. Hierin is ook alle andere bedrog en vervalsing in de handel begrepen.
2. Het misnoegen Gods tegen hen. Hetzij dit onrecht gepleegd wordt ten opzichte van het geld of het goed door de koper, of door de verkoper, beide zijn de Heere een gruwel. Hij zal geen voorspoed geven op de handel die aldus gedreven wordt, noch datgene zegenen wat op die wijze verkregen wordt, Hij haat degenen, die aldus de openbare trouw verbreken, waarnaar het recht in stand gehouden moet worden, en over al dusdanig onrecht zal Hij wraak doen.