Spreuken 17:13
Het is een boosaardig, schadelijk man, die hier wordt voorgesteld:
1. Als ondankbaar aan zijn vrienden, soms is hij zo dwaas en heeft hij zo weinig besef van de vriendelijkheid, die hem wordt bewezen, dat hij kwaad voor goed vergeldt. David heeft zodanigen ontmoet, die hem voor zijn liefde hebben tegengestaan, Psalm 109:4. Kwaad voor kwaad te vergelden is dom, maar kwaad voor goed te vergelden is duivels. Hij is voorzeker een boosaardig man, die, omdat hij besloten heeft geen vriendelijkheid te belonen, er zich over gaat wreken.
2. Als hierin onvriendelijk te zijn voor zijn eigen gezin, want hij brengt er een vloek over. Het is zo'n snode, gruwelijke misdaad dat zij gestraft zal worden, niet alleen in zijn persoon, maar ook in zijn nakomelingen, voor wie hij aldus toorn vergadert. Het zwaard zal van Davids huis niet wijken, omdat hij Uria's goede diensten met kwaad vergolden heeft. De Joden hebben Christus gestenigd om Zijn treffelijke werken, en daarom is Zijn bloed over hen gekomen en over hun kinderen.