Spreuken 14:2
Hier zijn:
1. Genade en zonde in haar ware kleuren. Genade heersende is een eerbiedigen van God, en geeft Hem eer, die oneindig groot en hoog is, en aan wie alle eer toekomt, en wat zou voor een redelijk schepsel meer betamelijk of aangenaam kunnen zijn? De zonde heersende is niets minder dan een minachting van God, hierin meer dan in wat het ook zij, toont zich de zonde uitermate zondig, dat zij God veracht, die de engelen aanbidden. Zij, die Gods geboden verachten, en er niet door geregeerd willen worden, Zijn beloften, en ze niet willen aannemen, verachten God zelf, Hem en al Zijn eigenschappen.
2. Genade en zonde in haar ware licht. Hieraan kunnen wij weten dat iemand genade heeft, dat de vreze Gods in hem heerst, hij wandelt in zijn oprechtheid, hij is nauwgezet van geweten in zijn daden en handelingen, hij is getrouw aan God en de mensen, al zijn stappen, al zijn maatregelen zijn naar de regel van recht en billijkheid, hier is dus iemand, die God eert. Hij, daarentegen, die afwijkt in zijn wegen, die moedwillig zijn eigen lusten en hartstochten volgt, die onrechtvaardig en oneerlijk is, zijn belijdenis weerspreekt door zijn wandel, is, hoe hij ook voorgeeft vroom te zijn, een goddeloos man, en er zal met hem als met een verachter van God zelf afgerekend worden.