Spreuken 13:3
Een wacht voor onze lippen is een wacht voor onze ziel, hij, die voorzichtig is, die tweemaal denkt voor hij eenmaal spreekt, die, als hij kwaad gedacht heeft, zijn hand op zijn mond legt om het binnen te houden, die een sterke breidel legt op zijn tong, en een vaste hand houdt op die breidel, die bewaart zijn ziel voor veel schuld en smart, en bespaart zich het verdriet van menige bittere gedachte in zijn eigen hart en van bittere aanmerkingen van anderen.
Menigeen is door een ongebreidelde tong in het verderf gestort. Die zijn lippen wijd opendoet, die uitspreekt `quod in buccam venerit, wat hem voor de mond komt" die gaarne raast en tiert en gedruis maakt en een vrijheid van spreken voorstaat, welke beide God en de mensen trotseert, voor hem is verstoring Het zal de vernietiging zijn van zijn goede naam, van zijn belang, zijn welzijn, en het verderf van zijn ziel tot in eeuwigheid, Jakobus 3:6.