Spreuken 10:19
Hier worden wij vermaand met betrekking tot het in toom houden van onze tong, hetgeen de noodzakelijke, onafwijsbare plicht is van de Christen.
1. Het is goed om weinig te zeggen, omdat in de veelheid van de woorden de overtreding niet ontbreekt, of de overtreding, de zonde, niet ophoudt. Gewoonlijk zullen zij, die veel spreken, veel verkeerds zeggen, en onder vele woorden kan het niets anders, of daar zullen ook ijdele woorden onder zijn, waarvan zij weldra rekenschap zullen hebben te geven. Zij, die zichzelf gaarne horen spreken, bedenken niet waar zij niet al berouw van zullen moeten hebben, want dat zal nodig zijn, en zal vroeg of laat betoond moeten worden, als de overtreding niet ontbreekt.
2. Daarom is het goed om onze mond met een breidel te bewaren. Die zijn lippen weerhoudt, die zich dikwijls inhoudt, zijn gedachten onderdrukt, terughoudt wat naar buiten had willen komen, is een wijs man, het is een blijk en bewijs van zijn verstand, en daarin gaat hij met zijn eigen vrede en welzijn te rade. Hoe minder gezegd wordt, hoe minder er te verantwoorden is, Amos 5-13, Jakobus 1:19.