Spreuken 10:8
1. Hier is de eer en het geluk van de gehoorzamen, zij zullen geboden aannemen, zij zullen het als een voorrecht en een werkelijke rust voor zich beschouwen om onder een bestuur, een regering te zijn, het spaart hun de moeite van bedenken en voor zichzelve een keus te doen, en zij zullen het als een gunst opnemen, als men hen op hun plicht wijst en hen er toe vermaant. En het is hun wijsheid, zij zijn wijs van zelf, die volgzaam zijn, en zij, die aldus buigen, aldus bukken, zullen stand houden, zullen bevestigd worden, zullen voorspoedig zijn, daar zij welberaden zijn.
2. De schande en het verderf van de ongehoorzamen, die zich niet willen laten regeren, geen juk willen dragen, niet onderwezen willen worden, geen goede raad willen aannemen. Het zijn dwazen, want zij handelen tegen zichzelf, tegen hun eigen belang. Gewoonlijk zijn het praatachtige dwazen, zij zijn dwaas van lippen, vol van gepraat, maar vol van onzin, snoevende op zichzelf, boosaardig pratende tegen degenen, die hen vermanen, 3 Johannes : 10, en bewerende dat zij aan anderen raad moeten geven en hun de wet moeten stellen. Van alle dwazen zijn er geen zo lastig als de praatachtige dwazen, of die zich meer tentoonstellen, maar zij zullen vallen, in zonde vallen, in de hel vallen, omdat zij de geboden niet aannemen. Zij, die vervuld zijn van hun tong, geven zelden acht op hun voeten, en daarom struikelen en vallen zij.