14. De wijzen verbergen hun gevoelen in het hart, en leggende wetenschap, die zij van goddelijke en menselijke zaken bezitten, weg1), en wel ter rechter ure en bij geschikte gelegenheden, en verkwisten die niet door ontijdig spreken en ijdel pochen; maar den mond des dwazen is, zo als altijd een bouwvallig huis, de verstoring, de verwoesting nabij; 2) want hij is steeds gereed met zijne dwaze woorden te schermen, om zich zelven en anderen daardoor verderf en schrik te bereiden.
1) De wijzen verkrijgen deze wijsheid door in den Bijbel te lezen, door het Woord te horen, door overdenking en door ondervinding, door het gebed, door het geloof in Christus, die door God tot wijsheid gemaakt is..
2) De mond der dwazen is niet alleen gevaarlijk voor hen zelven, maar ook voor anderen, dewijl bij verderf en onheil aanbrengt.