Psalm 69:31-37
Beide als type van Christus en als voorbeeld voor de Christenen, besluit de dichter met heilige blijdschap en lof de psalm, die hij begon met klachten over zijn smarten.
1. Hij besluit om zelf God te loven, niet twijfelende of hij zal Hem hierin welbehaaglijk zijn, vers 31, 32. "Ik zal Gods naam prijzen niet slechts met mijn hart maar met mijn lied en Hem met dankzegging grootmaken," want het behaagt Hem zich groot gemaakt te achten door de dankbare lof van Zijn volk. Er wordt te kennen gegeven dat alle Christenen God behoren te verheerlijken met hun lof in psalmen, gezangen en geestelijke liederen. En dit zal, door Christus, de Middelaar van onze lofzeggingen zowel als van onze gebeden, aangenamer zijn dan de kostbaarste offeranden van de wet, vers 32, dat zal de Heere meer behagen dan een rund dan een stier met horens en hoeven Hierin wordt duidelijk te kennen gegeven dat in de dagen van de Messias een einde gemaakt zal worden, niet alleen aan de zondoffers, maar ook aan de lofoffers en de dankoffers, die door de ceremonieële wet waren ingesteld, inplaats van deze zullen geestelijke offeranden van lof- en dankzegging welbehaaglijk in zulke offers heeft God een welgevallen, Hebreeën 13:15. Het is ons een grote troost, dat nederige en dankbare lofzeggingen Gode aangenamer zijn dan de kostbaarste en prachtigste offers ooit geweest zijn.
2. Hij moedigt andere Godvruchtigen aan om zich in God te verblijden en Hem te blijven zoeken, vers 33, 34. De nederigen zullen dit zien en zich verblijden. Zij zullen tot hun vertroosting merken:
a. De ervaringen van de heiligen. Zij zullen zien hoe bereid God is om te horen naar de ellendigen als zij tot Hem roepen, en hun te geven hetgeen, waarvoor zij tot Hem roepen, hoe verre het van Hem is Zijn gevangenen te verachten, ofschoon de mensen hen wel verachten, Hij begunstigt hen met Zijn genaderijke bezoekingen, en zal een tijd vinden om hen in de ruimte te stellen. De nederigen zullen dit zien en zich verblijden, niet alleen omdat, wanneer een lid geëerd wordt, al de leden er blij om zijn, maar omdat het een bemoediging voor hen is in hun verlegenheid en hun moeilijkheden, om op God te vertrouwen. Het zal het hart verkwikken van hen, die God zoeken, om meer en meer bevestigende getuigenissen te zien van deze waarheid, dat Jakobs God nooit tot Jakobs zaad gezegd heeft: Zoekt mij tevergeefs.
b. De verhoging van de Zaligmaker, want van Hem had de psalmist gesproken en van zichzelf als een type van Hem. Als Zijn smarten voorbij zijn, als Hij verhoord is en ontslagen is uit zijn gevangenschap in het graf, dan zullen de nederigen het zien en zich verblijden, en zij, die God zoeken door Christus, zullen leven en vertroost worden, besluitende dat, zo zij met Hem lijden, zij ook met Hem zullen heersen.
3. Hij roept alle schepselen op om God te loven, de hemel, de aarde en de zee, en de inwoners derzelve, vers 35. Hemel en aarde, en het heir van beide zijn door Hem gemaakt, en daarom: laat hemel en aarde Hem loven. Engelen in de hemel en heiligen op aarde kunnen zich in hun respectieve woonsteden van genoeg stof voorzien voor voortdurende lof. Laat de vissen van de zee, hoewel spreekwoordelijk stom, de Heere prijzen, want van Hem is de zee, en Hij heeft haar gemaakt. De lofzeggingen van de wereld moeten geofferd worden voor Gods gunstbetoningen aan Zijn kerk, vers 36, 37. Want God zal Sion verlossen de heilige berg, waar Zijn dienst in stand werd gehouden. Hij zal allen verlossen, die geheiligd en Hem afgezonderd zijn, allen, die bezig zijn in Zijn eredienst, en allen, over wie Christus regeert, want Hij was Koning op de heilige berg Zion. Hij heeft genade weggelegd voor de steden van Juda, van welke stam Christus was. God zal grote dingen doen voor de Evangeliekerk, en laat allen, die het goede voor haar wensen, zich hierin verblijden. Want,
a. Zij zal bevolkt en bewoond worden. Zij zal velen tot zich toegevoegd zien, die behouden worden. De steden van Juda zullen gebouwd worden, particuliere gemeenten zullen gevormd worden naar het Evangelie-voorbeeld, opdat er een overblijfsel zij om daarin te wonen en de voorrechten te genieten, die er aan verleend zijn, en de schatting te betalen, die ervan geëist wordt. Zij, die Zijn naam beminnen, die liefde hebben voor Godsdienst in het algemeen, zullen de Christelijke Godsdienst omhelzen, en hun plaats innemen in de Christelijke kerk, zij zullen daarin wonen als burgers en huisgenoten Gods.
b. Zij zal bestendigd en beërfd worden. Het Christendom moest geen res unius aetalis, geen voorbijgaande zaak zijn, neen, het zaad van Zijn knechten zal het beërven, God zal zich een zaad verwekken om Hem te dienen, en zij zullen de voorrechten erven van hun vaderen, want de belofte is voor u en uw kinderen, zoals het vanouds geweest is: Ik zal u een God zijn en uw zaad na u.
c. Het land van de belofte zal nooit verloren gaan uit gebrek aan erfgenamen, want God kan uit stenen Abraham kinderen verwekken, en zal het doen veeleer dan het erfrecht verloren te laten gaan, het zal David nooit aan een man ontbreken om voor hem te staan. De Verlosser zal Zijn zaad zien, en Zijn dagen in hetzelve verlengen, totdat de verborgenheid Gods voleindigd is en het mystieke lichaam voltooid is. En daar het heilig zaad het wezen van de wereld uitmaakt, en de wereld, indien dit geheel ingezameld zou zijn, spoedig aan een einde zou wezen, is het juist vanwege de verzekerdheid van deszelfs bewaring, dat hemel en aarde Hem moeten loven.