Psalm 107:10-16
Wij moeten nota nemen van de goedheid Gods jegens gevangenen en gebondenen.
Merk op:
1. De beschrijving van deze ellende. Gevangenen worden gezegd in duisternis te zitten in donkere kerkerholen, in strenge gevangenschap Het geeft te kennen dat zij eenzaam, verlaten en troosteloos zijn, zij zitten in schaduw des doods, hetgeen niet slechts grote ellende en benauwdheid aanduidt, maar ook groot gevaar. Dikwijls zijn gevangenen ter dood veroordeeld, zij wanhopen aan bevrijding. Zij zijn gebonden met verdrukking, en menigmaal met ijzer, zoals Jozef. Zo zwaar een ramp is gevangenschap, hetgeen ons de vrijheid moet doen waarderen, en er ons dankbaar voor moet maken.
2. De oorzaak van deze beproeving, vers 11. Het is omdat zij weerspannig waren geweest tegen de woorden Gods. Moedwillige zonde is rebellie tegen de woorden Gods, het is een tegenspreken van Zijn waarheden en een verbreking van Zijn wetten. De raad des Allerhoogsten hebben zij onwaardiglijk verworpen, zij dachten dat zij hem niet nodig hadden, en dat hij hun toch ook geen nut of voordeel kon aanbrengen, en zij, die niet geraden willen worden, kunnen niet worden geholpen. Zij, die de profetie verachten, die geen achtslaan op de waarschuwingen van hun consciëntie verwerpen onwaardiglijk de raad des Allerhoogsten, en hierom zijn zij gebonden met verdrukking, zowel om hen te straffen voor hun rebellie als om er hen van te doen aflaten.
3. Het doel van deze beproeving, en dit was hun hart te vernederen, vers 12, hen te verootmoedigen voor de zonde, hen klein te maken in hun eigen ogen, elke hoogmoedige gedachte neer te werpen. Van beproevingen moet gebruik gemaakt worden als middelen tot verootmoediging, en wij verliezen er niet slechts het nut en voordeel van, maar wij werken Gods bedoelingen tegen en wandelen in tegenheid met Hem, als ons hart onverootmoedigd en onverbroken blijft, er even hoogmoedig en hard onder is. Is de bezitting verminderd door allerlei zwarigheid? Nemen eer en aanzien af? Zijn zij, die zich verhoogd hebben, gevallen, en is er niemand om hen te redden of te helpen? Laat dit de geest er dan toe brengen om belijdenis te doen van zonde, er de straf voor aan te nemen, en nederig om genade te smeken.
4. De plicht in die staat van beproeving, en deze is: te bidden, vers 13. Zij riepen tot de Heere in de benauwdheid, die zij hadden, en Hij verloste hen uit hun angsten. Tevoren hadden zij Hem misschien veronachtzaamd. Gevangenen hebben tijd om te bidden, die, toen zij in vrijheid waren, daar geen tijd voor konden vinden, zij zien dat zij Gods hulp nodig hebben, die vroeger dachten dat ze het zeer wel buiten Hem konden stellen. Het gevoel doet de mensen roepen, als zij in benauwdheid zijn, maar de genade leert en leidt hen, om tot de Heere te roepen, van wie de beproeving komt en die alleen vermag haar weg te nemen.
5. Hun verlossing uit de benauwdheid: roepende tot de Heere in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten, vers 13. Hij bracht hen uit de duisternis in het licht, in het welkome licht, dat toen dubbel lieflijk en aangenaam was, Hij voerde hen uit de schaduw des doods in de vertroosting en genieting van het leven, en hun vrijheid was hun als leven uit de doden, vers 14. Waren zij gebonden? Hij brak hun banden. Waren zij in versterkte kastelen gekerkerd? Hij heeft de koperen deuren gebroken en de ijzeren grendelen in stukken gehouwen, waarmee die deuren toegesloten waren. Hij heeft ze niet weggeschoven, maar in stukken gebroken. Als God verlossing wil maken, dan worden de grootste moeilijkheden als niets geacht. Evenals koperen deuren en ijzeren grendelen Hem niet kunnen buitensluiten van Zijn volk (Hij was met Jozef in de gevangenis), zo kunnen zij hen ook niet insluiten als de tijd, de bestemde tijd, hunner verlossing gekomen is.
6. De dankerkentenis, die geëist wordt van hen, wier banden God verbroken heeft, vers 15. Laat hen voor de Heere Zijn goedertierenheid loven, en aanleiding nemen uit hun eigen ervaring ervan om Hem te loven voor de goedertierenheid, waarvan de aarde vol is, de wereld en die daarin wonen.