Psalm 138:1-5
I. Hoe hij God wilde loven, vergelijk Psalm 111:1.
1. Hij zal Hem loven met oprechtheid en ijver, met mijn hart, met mijn gehele hart, met hetgeen binnen in mij is, en met al wat binnen in mij is, met oprechtheid van bedoeling, en vurigheid van liefde, de inwendige indrukken in overeenstemming zijnde met de uitwendige uitdrukkingen.
2. Met vrijmoedigheid en onverschrokkenheid, in de tegenwoordigheid van de goden zal ik U psalmzingen, in de tegenwoordigheid van de vorsten, de rechters en aanzienlijke personen hetzij die van andere volken, die hem bezochten of die van zijn eigen volk, die hem vergezelden of tot zijn hof behoorden. Zelfs in hun tegenwoordigheid zal hij God niet alleen loven met zijn hart, dat wij in ieder gezelschap doen kunnen door vrome uitroepen, maar indien het nodig is, zal hij Gods lof zingen. God te loven is een werk, waarvoor de grootste en aanzienlijkste mannen zich niet behoeven te schamen het is het werk van engelen, het werk des hemels. In de tegenwoordigheid van de engelen, zo verstaan het sommigen, in de Godsdienstige vergaderingen, waar engelen zeer bijzonder tegenwoordig zijn, 1 Corinthiers 10:11.
3. Op de wijze, door God verordineerd: ik zal mij nederbuigen naar Uw heilige tempel, vers 2. Alleen de priesters gingen in de tempel, op het dichtst aanbad het volk slechts naar de tempel, en dat konden zij doen al waren zij op een afstand ervan. Christus is onze tempel, en naar Hem moeten wij zien met het oog des geloofs, als Middelaar tussen ons en God, in al onze lof van Hem. De hemel is Gods heilige tempel, en daarnaar moeten wij onze ogen opheffen in al ons spreken met God. Onze Vader, die in de hemelen zijt.
II. Waar hij God voor wilde loven.
1. Voor de bron van al zijn genietingen om Uw goedertierenheid, en om Uw waarheid. Om Uw goedheid en Uw belofte, goedertierenheid verborgen in U, en goedertierenheid geopenbaard door U, dat God een genadig God is in zichzelf, en zich verbonden heeft om dit te zijn voor allen, die op Hem vertrouwen. Want Gij hebt Uw woord groot gemaakt, Uw belofte, die waarheid is boven Uw gehele naam. God heeft zich op velerlei wijze aan ons bekend gemaakt in de schepping en in de voorzienigheid, maar het duidelijkst door Zijn woord. De oordelen Zijns monds zijn groot gemaakt zelfs boven die van Zijn hand, en er worden grotere dingen door gedaan. De wonderen van de genade overtreffen de wonderen van de natuur, en wat van God ontdekt is door de openbaring, is veel groter dan hetgeen ontdekt wordt door het verstand. In hetgeen God voor David gedaan heeft kwam Zijn getrouwheid aan Zijn woord schitterender uit en strekte meer tot Zijn eer dan iedere andere van Zijn hoedanigheden. Sommige goede uitleggers verstaan dit van Christus, het essentiële Woord en van Zijn Evangelie, die groot gemaakt zijn boven al de ontdekkingen, die God tevoren van zich gedaan heeft aan de vaderen. Hij, die de wet groot en heerlijk gemaakt heeft, maakt het Evangelie nog boven haar groot.
2. Voor de stromen, die uit deze fontein vloeien, waarin hij zelf had geproefd en gesmaakt, dat de Heere goed is, vers 3. Hij is in verdrukking geweest, en hij gedenkt met dankbaarheid: A. Aan de lieflijke gemeenschap, die hij toen met God gehad heeft. Hij riep, hij bad, bad vuriglijk, en God verhoorde hem, gaf hem te verstaan dat zijn gebed was aangenomen, en dat hij ter bestemder tijd een antwoord des vredes zou ontvangen. De gemeenschap tussen God en Zijn heiligen wordt onderhouden door Zijn beloften en hun gebeden.
B. De lieflijke mededelingen, die hij van God had ontvangen: Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel. Dat was het antwoord op zijn gebed, want God geeft meer dan goede woorden, Psalm 20:7.
Merk op:
a. Het was een spoedig antwoord: als ik riep. Zij, die met de hemel handelen door gebed, worden rijk door spoedige antwoorden, "terwijl zij nog spreken zal Hij horen," Jesaja 65:24.
b. Het was een geestelijk antwoord, God gaf hem kracht in zijn ziel, en dat is een wezenlijk en kostelijk antwoord op het gebed des geloofs in dagen van beproeving. Indien God ons kracht geeft in onze ziel om de lasten te dragen, de verzoekingen te weerstaan, en de plichten te vervullen, die een staat van beproeving meebrengt, als Hij ons kracht geeft om door het geloof Hem vast te houden, de vrede te bewaren in ons eigen gemoed en geduldig de uitkomst te verbeiden, dan moeten wij erkennen dat Hij ons geantwoord heeft, en zijn wij gehouden en verplicht om Hem dankbaar te zijn.
III. Welke invloed hij hoopte dat zijn loven van God op anderen zou hebben, vers 4, 5.
1. David was zelf een koning, en daarom hoopte hij dat zijn ervaringen en zijn voorbeeld op koningen de uitwerking zouden hebben, om de Godsdienst te omhelzen en als koningen Godsdienstig worden, dan zullen hun koninkrijken er te beter om varen. Dit kon betrekking hebben op de koningen, die Davids naburen waren zoals Hiram en anderen, zij allen zullen U loven. Als zij David bezochten en als zij na zijn dood het aangezicht zochten van Salomo, (gelijk uitdrukkelijk gezegd wordt, 2 Kronieken 9:23, dat alle koningen van de aarde Salomo's aangezicht zochten) hebben zij zich geredelijk in de aanbidding van de God Israëls met hem verenigd.
2. Het kan ook nog verder zien, namelijk op de roeping van de heidenen en het onderwijzen van alle volken door het Evangelie van Christus van wie gezegd is dat "alle koningen zich voor Hem zullen nederbuigen," Psalm 72:11.
Nu is hier voorzegd:
a. Dat de koningen van de aarde de redenen van Gods mond zullen horen. Allen, die tot David kwamen, zouden ze van hem horen, Psalm 119:46. In de laatste dagen zullen de predikers van het Evangelie in de gehele wereld worden gezonden.
b. Dat zij zullen zingen in de wegen des Heeren vers 5, in de wegen van Zijn voorzienigheid en van Zijn genade over hen, zij zullen zich verblijden in God en Hem eer geven, hoe het Hem ook moge behagen met hen te handelen in de weg van hun plicht en gehoorzaamheid aan Hem. Zij, die wandelen in de wegen des Heeren hebben reden om in die wegen te zingen er in voort te gaan met grote blijmoedigheid, want het zijn wegen van lieflijkheid en het voegt ons er blijmoedig in te zijn, indien wij het zijn, dan is de heerlijkheid des Heeren groot. Het is zeer tot eer van God, dat koningen in Zijn wegen wandelen, en dat allen die erin wandelen erin zingen, en aldus aan de wereld bekendmaken, dat Hij een goede meester is, en dat Zijn werk zijn eigen loon meebrengt.