Psalm 107:17-22
Lichaamskrankheid is ook een van de rampen dezes levens, die ons gelegenheid geeft om de goedertierenheid des Heeren te ervaren in onze herstelling, en daarvan spreekt de psalmist in deze verzen, waar wij kunnen opmerken:
I. Dat wij door onze zonden ziekte brengen over onszelf en dan is het onze plicht om te bidden, vers 17-19.
1. Het is de zonde van de ziel, die de oorzaak is van de ziekte. De zotten worden om de weg hunner overtreding en om hun ongerechtigheden geplaagd. Aldus worden zij gekastijd om de zonden, die zij bedreven hebben, en aldus worden zij genezen van hun boze neiging tot zonde. Als wij geen zonde kenden, wij zouden geen ziekte kennen, maar de overtreding van ons leven en de ongerechtigheid van ons hart maken haar noodzakelijk. Zondaren zijn zotten, zij doen onrecht aan henzelf, handelen in strijd met hun eigen belangen, niet alleen hun geestelijke, maar ook hun wereldlijke belangen. Zij benadelen de gezondheid van hun lichaam door hun onmatigheid, brengen hun leven in gevaar door toe te geven aan hun lusten. Deze hun weg is hun dwaasheid, en zij hebben de roede van de kastijding nodig om de dwaasheid van hen uit te drijven, die in hun hart gebonden is.
2. De uitwerking van ziekte is lichaamszwakte, vers 18. Als de mensen ziek zijn gruwt hun ziel van alle spijs zij hebben niet slechts geen begeerte neer spits en geen kracht om het te verteren, maar zij walgen ervan, en hier kunnen zij hun zonde lezen in hun straf, zij die het meest belust waren op de spijs, die vergaat, zullen, als zij ziek zijn, er van gruwen, de lekkernijen, waarop zij verzot waren, worden verafschuwd, van hetgeen, waarvan zij te veel gebruikten, kunnen zij nu niets gebruiken, het gewone gevolg van overmatigheid in spijs en van dronkenschap. En als de maag niet werkt is het leven een last, zij waren tot aan de poorten des doods gekomen, in hun eigen schatting en in de schatting van allen, die hen omringden, bevinden zij zich aan de rand des grafs, gereed om aan het verderf te worden overgegeven.
3. Dan is het de geschikte tijd om te bidden om te roepen tot de Heere, vers 19. Is iemand ziek? Dat hij bidde, dat er voor hem gebeden worde. Het gebed is een zalf voor iedere wond.
II. Dat het door de macht en genade van God is, dat wij uit ziekte worden opgericht, en dan is het onze plicht om dankbaar te zijn. Vergelijk hiermede Job 33:18, 28.
1. Als zij, die ziek zijn, tot de Heere roepen, geeft Hij hun een antwoord des vredes. Zij roepen tot Hem, en Hij verlost hen uit hun angsten, vers 19, Hij neemt hun leed, hun smart weg, en voorkomt hun vrees.
a. Hij doet het gemakkelijk, Hij zond Zijn woord uit en heelde hen, vers 20. Dit kan toegepast worden op de wondere genezingen, door Christus gewrocht toen Hij op de aarde was, door slechts een woord te spreken, Hij zei: "Word rein, word gezond," en het werk was geschied. Het kan ook toegepast worden op de geestelijke genezingen, gewerkt door de Geest van de genade in de wedergeboorte, Hij zendt Zijn woord uit en geneest de zielen, overtuigt ze van zonde, bekeert en heiligt ze, en dat alles door het woord. In de gewone gevallen van herstel uit ziekte spreekt God slechts in Zijn voorzienigheid, en het is geschied.
b. Hij doet het krachtdadiglijk, Hij rukt hen uit hun verdervingen, vers 20, opdat zij noch vernield zullen worden, noch benauwd door de vrees ervoor. Niets is te moeilijk voor die God, die doodt en levend maakt, in het graf brengt en weer opwekt uit het graf, die de mens bijna tot verbrijzeling doet wederkeren en toch zegt: Keert weer, gij mensenkinderen.
2. Als zij, die ziek waren, hersteld zijn, dan moeten zij Gode een antwoord des lofs geven vers 21, 22. Laat hen voor de Heere Zijn goedertierenheid loven, aan wie God aldus een nieuw leven heeft geschonken, en het doorbrengen in Zijn dienst, dat zij lofoffer offeren, niet slechts een dankoffer brengen op het altaar maar een dankbaar hart aan God. Dankzeggingen zijn de beste dankoffers, en zullen de Heere meer behagen dan een os of stier, en laat hen Zijn wonderwerken vertellen met gejuich tot Zijn eer, en ter bemoediging van anderen. De levende, de levende, die zal Hem loven.