14. Deze koningen, onder het dier, als hun nu zowel geestelijk als wereldlijk opperhoofd, verenigd, a) zullen tegen het Lam strijden. Zij zullen in de eerste plaats en in hun eigen landen allen, die het beest en zijn beeld niet aanbidden en diens merkteken en naam of het getal van zijn naam niet aannemen, doden (
Hoofdstuk 13:15 v.), maar vervolgens met het beest overtrekken naar het heilige land, om de gemeente op Zion (
Hoofdstuk 14:1 v.) eveneens het nieuwe wereldrijk in te lijven of te vernietigen. Zij zullen echter hun doel niet bereiken en het Lam zal hen overwinnen deels inwendig door het standvastig geloof van hen, die in dat land vasthouden aan de getuigenis van Jezus en het woord van God en met hun onthoofding in een ander, zalig leven worden overgebracht (
Hoofdstuk 14:12 v.), deels uitwendig door hetgeen volgens
Hoofdstuk 14:14 v. en 19:11 v. bij de heilige stad gebeurt. Zij kunnen het Lam niet overwinnen, want het is een Heere der Heren en een koning der koningen; niet zo het dier, dat de tien koningen in zijn plaats tot wereldbeheersers wilde maken (
Hoofdstuk 19:16). En aan die overwinning door het Lam zullen, als het tot een strijd tegen het beest en de tien horens komt, deel hebben, die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen, die op de tronen (
Hoofdstuk 20:4) zullen zitten en gelovigen, die getrouw zijn gebleven tot in de dood en tot de andere wereld zijn gebracht; want deze en geen anderen zullen heersen met de ware Koning der koningen (
Hoofdstuk 20:4-
6).
a) 1 Timotheus 6:15
Zij zijn onder het Lam, dat in Hoofdstuk 19:11, als een ruiter op een wit paard voorkomt, tot een groot leger op witte paarden verenigd en aangedaan met witte en reine zijde (Hoofdstuk 19:14). Om bij deze plaats te sneller met de verklaring gereed te zijn, herinneren wij ten eerste aan hetgeen bij Hoofdstuk 14:16 is opgemerkt, volgens hetwelk bij deze verschijning nog niet gesproken wordt over de terugkomst van Christus ten oordeel op de jongste dag. De gedaante van de Heere als ruiter is nog evenzeer een symbolische als die in Hoofdstuk 6:2 Beide keren hebben wij een wit paard, het teken van triomf, terwijl daar in de hand van de ruiter zich de ver treffende boog bevindt, gaat hier het zwaard, dat in de nabijheid houwt, uit de mond van de overwinnaars. En terwijl daar aan de ruiter een kroon wordt gegeven, draagt Hij hier als reeds in zijn bezit vele kronen op het hoofd. Terwijl verder daar wordt gezegd: "Hij ging uit overwinnende en opdat Hij overwon", treedt Hij hier op het toneel als de Koning aller koningen en de Heere aller heren, die Zijn vijanden, die Hem het bestuur willen ontnemen, met een geweldige slag neerhouwt. Dit wijst alles daarop, dat Christus hier niet achter een aards-menselijke middelaar Zijn werk als Rechter verbergt, maar onmiddellijk zelf van de hemel inwerkt, zoals dat ook reeds in Jesaja 63:3-5 wordt uitgesproken. Als nu de grond van het hele symbool het gezicht in Zacharia 1:7-17 is en het volgens die plaats op Israël betrekking heeft, waaraan daarmee een belofte wordt vervuld, dan blijkt, hoe vals al die uitleggingen zijn, volgens welke noch hier noch in Hoofdstuk 6:2 v. over Israël zou worden gehandeld. Wat bij Zacharia aan het bijzonder volk van God wordt beloofd, dat kan daarom, omdat het zijn Messias eerst in ongeloof heeft verworpen, niet in een enkele verschijning van de ruiter op het witte paard worden vervuld, maar het moet in twee verschijningen worden verkregen. De dubbele betekenis van maschiach-nagid in Daniël 9:25 moet zich eerst verdelen (Daniël 9:26 Openbaring :2), tot het dan verder tot een eenheid weer wordt samengesloten (Openbaring 9:11-16). Daar heeft Hij, die verschijnt in Zijn gevolg een ontzettend leger; strijd, honger en dood, daarmee trekt Hij zelf tegen Israël uit, want aan henzelf kleeft de macht van de duisternis, waarvan het moet worden bevrijd, als het tot het genot van de zaligheid zal komen. Hier heeft Hij daarentegen in Zijn gevolg de geroepenen en uitverkorenen van de vroegere tijd en de gelovigen van deze tijd, die uit de zalige plaats met Hem daarheen trekken. Daar komt Hij om Zijn gereinigd en geheiligd Israël, dat Hij weer in het heilige land en Jeruzalem te samen heeft (Hoofdstuk 14:1 v.), van de macht van de wereld daarbuiten en wel in haar vreselijkste en ontzettendste vorm, met het zwaard van Zijn mond te bevrijden en het met de hemelse gemeente tot een eenheid te verenigen. Hoe men verder de paroesie of verschijning van de Heere van Zijn komst tot het wereldgericht nog nader moet onderscheiden, zie men bij Hoofdstuk 19:11 v.
Nauwelijks traden de Germaanse volken op, het gebied innemend en de Kerk met vervolging en verwoesting bedreigend, of zij werden door de prediking van het Evangelie bekeerd tot de levende God en de Heiland. Hetgeen van korte duur was, is zo niet hun heerschappij op zichzelf, maar hun macht "met het beest" en terwijl de vroegere wereldheerschappijen, die zich verhieven tegen God, altijd door een andere, insgelijks heidense macht werden vernield, waren deze tien koninkrijken niet onderworpen aan een aardse heerschappij, maar aan die van Jezus Christus en Zijn Kerk. Op hun macht, die zij met het beest hebben, volgde, na hun bekering tot het Christendom, hun macht als een uitvloeisel van de heerlijkheid van de Heere in de hemel. Dit is een treffend woord! Het voorspelt het lot van de Germaanse volkeren. Naar het ondoorgrondelijk raadsbesluit van de Allerhoogste, moesten zij de werktuigen van Zijn gerechtigheid zijn over het diep gezonken Romeinse rijk en tevens waren zij bestemd tot voorwerpen van Zijn genade. Hier ter plaatste treffen wij slechts in de grondtrekken aan, hetgeen later uitvoeriger zal worden voorgesteld. De strijd van de Duitse volken tegen het Lam en de volkomen zegepraal van het laatste, herinnert ons levendig de bekering van Saulus. Blies deze dreiging en moord tegen de discipelen van de Heere; werd hij op weg naar Damascus door een verschijning van de Heere Jezus plotseling gestuit in zijn woede; niet anders handelde de Heere met de Duitse volken. En zoals Saulus van een vervolger van de gemeente haar voortreffelijke dienaar werd, zodat hij de naam van de Heere Jezus bracht bij de heidenen en voor koningen, onder vele beproevingen en bitter lijden, evenzo zijn ook de volken van Germanië in de geschiedenis van de Kerk een uitverkoren vat geworden voor de Heere. Zie, van het ogenblik af, waarop het Duitse rijk ontstond op de puinhopen van de Romeinse wereldheerschappij en Duitslands koningen gekroond werden met de Romeinse keizerskroon, heeft dit rijk de veelbetekenende naam ontvangen van "het heilige Roomse rijk. " Wie weet hoeveel de Kerk van die natiën nog zal moeten lijden omwille de naam van Jezus! Maar eer de woeste Duitse heidenen zich voor de voeten van Koning Jezus wierpen, voerden zij strijd tegen het Lam en de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.
Nadat het keizerrijk vernietigd was, werd het verdeeld in tien koninkrijken. Wij onderwinden ons niet, die te bepalen en te noemen; hadden de geschiedschrijvers van die tijd het wat duidelijker beschreven, men zou ze juister kunnen aanwijzen, maar dit weten wij in het algemeen, dat het Westerse keizerrijk in verscheidene vrije oppermachtige staten onder verscheidene titels verdeeld is, die in dit opzicht tot het beest met zeven hoofden behoren, dat ze het zevende hoofd, dat de achtste koning is, door een gewillige onderwerping onderworpen hebben. Hoofdstuk 12 komen de tien hoornen voor zonder kronen, maar Hoofdstuk 13 en hier in de bredere verklaring komen zij gekroond voor, dat is macht en onbeperkte heerschappij hebbend. Ten tijde van Johannes, onder het zesde hoofd, hadden zij het koninkrijk nog niet ontvangen, maar zij ontvingen macht in het koninkrijk, op één uur, dat is, over dezelfde tijd, dat het zevende hoofd, de antichrist, tot de troon kwam, beide met het vernietigen van het keizerrijk. Ofschoon deze koningen tegen elkaar vaker strijden, zo zullen zij evenwel gezamenlijk het beest onder het zevende hoofd aan zich onderwerpen en hun macht ten dienste en naar de wil van de antichrist gebruiken. Omdat de geest van de draak in hen allen is, zo hebben zij enerlei mening tot de afgoderij en de Kerk. En schoon deze en gene van de koningen zich soms tegen de paus stelden, hem beoorloogden, zo was dat ten opzichte van zijn wereldlijke staat; maar zij bleven hem onderworpen als het achtste hoofd, als hoofd van de Kerk. Hendrik de 8ste, koning van Engeland, was de eerste, die het doorzette en daarin volhardde, dat hij de paus afzette van hoofd van de Kerk in Engeland te zijn, maar hij sloeg een tegenovergestelde en verkeerde weg in en verhief zichzelf tot hoofd van de Kerk en dus werd hij een burgerlijk antichrist.
Door tien koningen worden voorgesteld tien verschillende heerschappijen, zoals de vier hoornen bij Daniël en Zacharia soorten van koningen zijn. Nu zijn uit de stukken van de vervallen heerschappij van Rome in het westen uit de omkering van andere staten tien rijken geboren. Die koninkrijken zijn: het rijk van de Gallen of Frankrijk, Spanje, Duitsland engeland, Schotland, Denemarken, Zweden, Hongarije, Boheme en Polen. Zij hadden het koninkrijk nog niet ontvangen ten tijde van Johannes, al die koninkrijken zijn in latere tijden ontstaan en hebben geregeerd op dezelfde tijd als het beest.
Die koningen en bondgenoten van de paus, die gehoorzame zonen van de Roomse kerk, die de geest van het beest hebben, zullen met het Lam strijden. Zij zullen niet Christus bestrijden, want zij willen Christenen zijn, door het Lam, d. i. de heiligmaking, rechtvaardigmaking en genoegdoening van Christus bloed. Daarom heeft een dichter gezongen:
Vivit adhuc Christus, manet insuperabile verum Dum perit immenso qucquid in orbe viret.
d. d. Christus leeft nog, de onverwinlijke waarheid blijft, als al wat in de hele wereld bloeit te gronde gaat.