Openbaring 19:11-21
Zodra het huwelijk tussen Christus en Zijne gemeente plechtig gevierd was door de bekering der Joden, werd het verheerlijkte hoofd van de gemeente geroepen tot een nieuwen krijg. die zich voordoet als den groten slag van Armageddon, voorzegd in Hoofdstuk 16:16. Merk hier op:
I. De beschrijving van den groten bevelhebber.
1. De zetel van Zijn koninkrijk, de hemel, Zijn troon is daar en Zijn macht en gezag zijn hemels en goddelijk.
2. Zijne uitrusting, opnieuw wordt Hij beschreven als rijdende op een wit paard, hetgeen aantoont de zuiverheid van Zijn zaak en de zekerheid van Zijn overwinning.
3. Zijn eigenschappen, Hij is getrouw en waarachtig, aan Zijn verbond en Zijne beloften, Hij is rechtvaardig in al Zijne handelingen als Rechter en Veldheer, Hij heeft doordringende kennis van al de kracht en de krijgskunde van Zijn vijand. Hij heeft grote en uitgestrekte heerschappij: vele koninklijke hoeden waren op Zijn hoofd, want Hij is de Koning der koningen en de Heere der heren.
4. Zijne wapenrusting, een kleed, dat met bloed geverfd was, hetzij Zijn eigen bloed, waarmee Hij Zijn macht als Middelaar verwierf, hetzij het bloed van de vijanden, die Hij reeds onderworpen had.
5. Zijn naam: Het Woord Gods, een naam dien niemand ten volle verstaat behalve Hij zelf. Wij weten alleen dat dit Woord was God geopenbaard in het vlees, maar Zijn volkomenheid kan geen schepsel ooit begrijpen.
II. Het leger dat Hij aanvoerde, vers 14. Een zeer groot leger, uit verscheidene troepen bestaande, engelen en heiligen volgden Zijn banier, en geleken op Hem in hun uitrusting en in hun wapening van reinheid en gerechtigheid, de uitverkorenen, geroepenen en gelovigen.
III. Zijn krijgswapen. Uit Zijn mond ging een scherp zwaard, vers 15, waarmee Hij de heidenen slaan zou, hetzij de bedreigingen van het geschreven woord, welke Hij nu ging vervullen, of liever Zijn bevelwoord, waarmee Hij Zijne volgelingen opriep om nu een gerechtigde wraak te nemen op Zijne en hun vijanden, die thans in den wijnpersbak van den toorn Gods geworpen zouden worden en door Zijn voeten vertreden.
IV. De tekenen van Zijn gezag, Zijn wapenschild. Hij heeft op Zijn kleed en op Zijne dij dezen naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren, aanduidende Zijn macht en gezag en de oorzaak van Zijn twist, vers 16.
V. Een uitnodiging aan al de vogelen des hemels, om te komen en den veldslag te zien, hun aandeel in den buit te nemen en het slagveld te plunderen, vers 17, 18, aanduidende dat deze grote, beslissende botsing de vijanden der gemeente zou overleveren aan de vogelen als een prooi en dat de gehele wereld reden zou hebben om zich daarover te verheugen. VI. De veldslag zelf. De vijand valt aan met grote woede, aangevoerd door het beest en de koningen der aarde, de machten van aarde en hel wagen een uiterste poging, vers 19.
VIl. De overwinning behaald door het grote en heerlijke hoofd der gemeente. Het beest en de valse profeet, de veldheren van het leger, worden gevangen genomen, hij, die hen dwong door zijn macht, en hij, die hen leidde door zijn staatkunde en leugens. Zij worden gegrepen en geworpen in den poel des vuurs, die van sulfer brandt, onmachtig gemaakt om de gemeente Gods ooit weer lastig te vallen. Al de volgelingen-de aanvoerders en de gewone krijgsknechten-worden naar oorlogsrecht gevonnist en aan de vogelen des hemels ten spijze gegeven. Ofschoon de goddelijke wraak voornamelijk op het beest en den valsen profeet vallen zal, zal er toch geen verontschuldiging zijn voor degenen, die onder hun banier vochten, omdat zij alleen slechts hun leiders volgden en dier bevelen gehoorzaamden. Die voor hen willen strijden, moeten met hen vallen en omkomen. Handelt daarom verstandelijk, laat u tuchtigen, gij rechters der aarde, kust den Zoon, opdat Hij niet toorne en gij op den weg vergaat, Psalm 2:10, 12.