12. Hier, waar het te doen is om de eeuwige kwelling van de hel te vermijden en dus om bevrijd te blijven van alle aanbidding van het dier en van zijn beeld en van elke aanneming van zijn merkteken, is de lijdzaamheid van de heiligen op haar plaats (
Hoofdstuk 13:10), omdat men door haar alleen bekwaam is, om alles te lijden en niets aan te nemen wat verboden is; hier zijn zij, hier kunnen zij hun kracht betonen, die de geboden van God bewaren en het geloof van Jezus (
Hoofdstuk 12:17).
Met slechts een vers gaat de rede van de tweede engel snel tot de derde over, beide staan aan het begin van de antichristische tijd; de een verkondigt achterwaarts ziende een zo-even volvoerd godsgericht, dat tot erkentenis van de waarheid dient en de ander waarschuwt voorwaarts gewend, voor de verleiding van de laatste tijd, om degenen, die zich willen laten waarschuwen, voor het daarop volgende veel zwaardere oordeel te bewaren. Een dreiging, verschrikkelijker dan die van de derden engel, is in de hele Schrift niet te vinden. Reeds vroeger heeft weliswaar de Heere de volken, ook Israël, uit de drinkbeker van Zijn toorn laten drinken, maar deze was deels niet vol tot aan de rand, deels was nog genade ermee vermengd, in zoverre ook de zwaarste kastijding nog op bekering en wederaanneming doelde. Voor de aanhang van het dier is zijn beker met de wijn van zijn toorn vers ingeschonken, d. i. vol, alsof nog nooit iemand daaruit had gedronken, en alle toorn van God vanaf het begin aan zich over hen ontlastte (Mattheus 23:35). De wijn van de toorn is ongemengd, zonder dat er een druppel genade onder is, zodat er niets is als angst en schrik van een onbarmhartig oordeel. En uit het tijdelijk oordeel van de verdelging (Hoofdstuk 19:21) gaat het in het eeuwige over, in de pijniging met vuur en zwavel, d. i. in die vuurzee, die met zwavel brandt. De verterende, de adem wegrovende zwavelbrand, in welks weerschijn alles lijkkleurig er uitziet, wat een vreselijk beeld van de eeuwige dood! En de pijniging zal nog daardoor versterkt zijn, dat zij geleden wordt in het aangezicht van de heilige engelen en van het Lam. Evenals daar de rijke man uit de pijniging Abraham zag en Lazarus in diens schoot, zo hebben ook de gepijnigde aanbidders van het dier in de zaligheid van de engelen en in het zo moedwillig door hen verworpen geluk nog gemeenschap met deze. Terwijl zij tevens lijden in het aangezicht van het Lam, moeten zij de genade, hun eenmaal in dit Lam aangeboden, bewenen als een door hen met voeten getreden en eeuwig voor hen verloren en terwijl de rook, die Abraham van de plaats van het gericht, van Sodom en Gomorra zag opstijgen (Genesis 19:28), weer wegtrok, zal de rook van die pijniging opstijgen in alle eeuwigheid. Geen tussenpoos bij deze pijnlijke toestand ook maar voor een ogenblik; zij hebben geen rust dag en nacht. Anders brengt de nacht rust en verfrissing, maar hier is geen afwisseling van onrust van de dag en rust van de nacht. Die smartelijke, dag en nacht folterende ziekten heeft waargenomen, die evenwel nu en dan zachtere ogenblikken en zeker de troost van een nabijzijnd einde toelaten, kan zich een zwak denkbeeld maken van het oordeel, dat hier dreigt. Hoe nodig is het toch, om er niet aan ten prooi te worden, onder alle verzoeking tot aanbidding van het dier vast te staan en zich het woord in te prenten: "hier is de lijdzaamheid van de heiligen; hier zijn zij, die de geboden van God bewaren en het geloof van Jezus! "
De boodschap van de drie engelen heeft ten doel, de kinderen van God te wapenen tegen alle aanslagen, om hen tot afval te verlokken. "Aanbidt het beest niet, want het uur van het oordeel komt" de eerste: "aanbidt het beest niet, want Babel is gevallen" de tweede: "aanbidt het beest niet, want God schenkt de drinkbeker van Zijn toorn in voor de afvalligen" de derde, in deze bedreiging is de geduchtste. Hoe ernstig laat de Heere de Zijnen waarschuwen door zulke krachtige woorden! "De drinkbeker van Gods toorn" te moeten ledigen wie kent vreselijker vooruitzicht? Wie zal dan bestaan? De vrome bisschop Cyprianus waarschuwde er in de derde eeuw de gelovigen van zijn tijd mee, te midden van de vervolgingen, die zij leden. En die verderfelijke wijn "ongemengd! " Niet eens in haar dodelijke werking verzwakt door enig inmengsel van verzachting! Ja, het is zwaar, de verzenen tegen de prikkels te slaan! Eenmaal steeg de rook voor het oog van Abraham op van de plaats, waar Sodom en Gomorra hadden gestaan, als de rook van een oven. Dit oordeel was een voorbode van het zware van de toekomst, dat de afvalligen wacht. Hetgeen die steden overkwam, is een spiegel van hetgeen aanstaande is en waaruit geen redding te hopen valt. Nee, zij die het beest en het beeld aanbidden, hebben geen rust dag en nacht. Hoezeer steekt daarbij af de zalige rust van de zaligen. Wat zeg ik? ook de verheerlijkten in de hemel hebben geen rust; maar hoe geheel anders! "Zij hebben geen rust dag en nacht", zeggende; "Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, die was en die is en die komen zal. "
Wij vinden hier een bedreiging over alle navolgers van de antichrist, als zij hem na de prediking van de twee voorgaande engelen bleven aanbidden. Er is in de prediking van deze engelen een opmerkelijke opklimming; niet alsof de eerste ophield met prediken, als de tweede begon, in zo verder, maar dat God eerst Zijn Evangelie doet schijnen. Zijn waarheid openbarend aan allen, groot en klein, geleerd en ongeleerd, Dit wordt begonnen door de eerste engel. Als dit nu weinig gehoor, maar grote tegenstand vindt, inzonderheid van de grote in het pausdom, die daartegen woeden, dan doet de Heere in de tweede plaats het licht in zijn duidelijkheid en kracht verder doorbreken, om te ontdekken, dat Rome het Babylon is en stelt dus Zijn leraars meer direct tegen die Staat, om die neer te vallen en om de ondergang te beginnen, alsook volgens Zijn woord de hele verwoesting te voorspellen en dat al haar grootheid en al die groten met hun heerlijkheid bedorven en neergeworpen zullen worden. Omdat er nu een diep ingewortelde hoogachting voor die troon in het hart van de meeste mensen was, wordt de derde engel uitgezonden, niet alleen om door die voorspelling al de navolgers van de anti-christ te waarschuwen, maar om ze onder de hoogste straf van die weg af te trekken, verzekerend, dat het pausdom Gods eeuwige vloek en toorn over hen zal brengen en dat het hun niet minder, dan op verlies van de zaligheid, nodig is, het te verlaten. Door deze engel wordt dan de afscheiding van de anti-christ aangedrongen, evenals Hoofdstuk 18:4.