19. En de engel zond zijn sikkel op de aarde en sneed de druiven af van de wijngaard van de aarde en wierp ze, de afgesneden druiven, in de grote wijnpersbak a) van de toorn van God.
a) Openbaring 9:15 20. En a) de wijnpersbak werd naar de oude gewoonte Jud 6:11 buiten de stad, die het heilige Jeruzalem is (Ezechiel 48:30-35), getreden en er is bloed uit de wijnpersbak gekomen tot aan de tomen van de paarden 4 x 400 of 40 x 40, dat is duizend zeshonderd stadiën ver Leviticus 19:37, zodat het nog een eind ver over de bodem van het heilige land zich uitstrekte.
a) Jesaja 63:3
De wijn wordt in het Oude Testament (Genesis 49:11 Deuteronomium 32:14) druivebloed genoemd, niet om de rode kleur, maar omdat die uit het sap en de kracht van de ranken wordt bereid; maar deze druiven geven eigenlijk bloed.
De stad is Jeruzalem; het treden die ontzaglijke slag waarvan ons een later gezicht uitvoerig zal berichten. Maar wat een slachting, als de zee van bloed 40 mijlen ver tot aan de tomen van de paarden stijgen zal. De ruimte is groter dan Palestina, welks lengte ongeveer 32 mijlen bedraagt; ver over de grenzen van het heilige land gaat dus het gericht- vier, die signatuur van de aarde, met zichzelf en vervolgens met 100 vermenigvuldigd, het getal van de volmaking, schijnt daarop te wijzen, dat verre over de ruimte heen als plaats van de slag voorgesteld, alle aanbidders van het dier, waar zij zich ook op de aarde zullen bevinden, zal treffen.
Is 40 het getal van de straf (Numeri 14:33 v. Richteren 13:1 Ezechiel 29:11), dan is 40 x 40 = 1600 het getal van ontzaglijke straf.
De vermelding van de teugels van de paarden wijst op de ruiterschaar van het hemelleger, waardoor het treden van de wijnpers op zijn wrekende tocht vergezeld is (Hoofdstuk 19:14 v.).
O, hoeveel druiven zijn ervoor nodig, om zo'n grote beek van bloed samen te brengen.
Het oordeel plaatst zich voor het oog van de ziener onder een dubbel beeld: dat van de oogst (Vers 14) vgl. de hoofdplaats Joël 3:17, 18
De beide bij Joël zo nauw verbonden trekken van de oogst van koren en het lezen van de druiven, gaan bij Johannes in twee afzonderlijke handelingen uit elkaar.
Het beeld van de oogst is niet in de zin van Mattheus 13:30 zo opgevat, dat tussen het goede zaad en het onkruid onderscheid zou worden gemaakt, integendeel is daarbij alleen gedacht aan het rijp zijn voor de straf. Het tweede beeld van het druiven lezen en het treden van de pers stelt het gericht voor als een handeling van de wraak en als nederlaag van de vijanden van de heilige stad.
Het beeld van de oogst van de akkers is niet voldoende, omdat eerst de tijd van het druiven lezen de volle oogst aanbrengt. Tussen beide ligt echter zoals bekend is een tijd en deze omstandigheid had moeten worden in aanmerking genomen. Wij vinden later twee gezichten, een in Hoofdstuk 19:21, en het andere na de duizendjarige gevangenis van de satan in Hoofdstuk 20:7-10 Van dit tweede gezicht geschiedt hier eveneens een voorlopige aankondiging, opdat zij het tegelijk ook beschouwen, zoals dan ook de vermelding van het vuur bij de vierde engel in Vers 18 uitdrukkelijk wijst op het vuur, dat van de hemel valt in Hoofdstuk 20:9. Bij Johannes is de voorspelling van Gog en Magog (Ezechiel 38, 39) in twee gezichten verdeeld, in dat over de antichrist en dat over Gog en Magog; het inwendig verband van beide is evenwel streng vastgehouden, en er moest daarom bij de aankondiging van het vorige gericht ook bijgevoegd worden, wat op het tweede wees.
De stad, het geestelijk Jeruzalem, de Kerk, wordt door haar vijanden belegerd en benauwd. Buiten de stad wordt de pers getreden; de leden van de Kerk worden zo niet geoordeeld, maar dit is het lot, dat de wereld ondergaat, die in vijandschap is tegen Jezus. Nu is de verachte en bestreden Kerk het enige oord van veiligheid en redding; zalig zijn haar burgers, want zij komen nooit in het gericht; maar hun vijanden vinden de poorten gesloten; de tijd van de genade, waarin droefheid naar God verwacht werd, is voorbij en er is geen plaats meer voor berouw, al zoekt men die met tranen. Voor eeuwig zijn zij uitgesloten buiten de stad van God; tot hun onophoudelijke en onbeschrijfelijke smart moeten zij erkennen, wat een heil zij hebben veronachtzaamd; zij moeten het nu ondervinden, wat het zegt: "allen vlees ten afgrijzen" te wezen. Voor het oog van de heilige en gezaligde gemeente moeten zij in wanhoop uitroepen: "waren wij geen schepselen van God? Waren wij geen geroepenen in Christus? Heeft die Heere ook voor ons niet gebeden en gesmeekt tot Degene, die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbend en verhoord zijnde uit de vrees? Ach, jammerlijke, onherstelbare dwaasheid! Om een ogenblik van schijngenot, om een handvol goud, om een nietige eer bij mensen, hebben wij de Heilige gelasterd en Zijn vrienden bespot, vermoord! En waar is nu die begeerlijkheid van het vlees, die wij dienden, waar is dat goud, dat wij aanbaden, waar zijn die mensen, die wij ontzagen? Alles is gezonken; niets is ons over niets! Zoals het druivensap uit de overlopende wijnpersbak wegvloeit wanneer de druiven worden getreden zo stroomt het bloed van de goddelozen, die door de Heere worden vertreden in Zijn toorn, uit de persbak en wordt tot een stroom, die stijgt, tot de tomen van de paarden reikt, in haar uitgestrektheid zo groot, dat zij aan de poorten van de stad begint en een omtrek beslaat van 1600 stadiën. Groot getal! Het duidt de oppervlakte van de hele aardbol aan en is het beeld van een algemeen wereldgericht; want het viertal is dat van de aarde. Dit getal wordt eerst met zichzelf vermenigvuldigd en dit nog met 100. Het getal 1500 is dus op dezelfde wijze gevormd als het elders voorkomende 144. 000, dat ontstaat, wanneer men het twaalftal met zichzelf vermenigvuldigt en dan de enkelen tot duizenden maakt. Hoeveel druiven zijn er niet nodig voor zo'n bloedzee! Mensenkinderen, werk uw zaligheid met vrees en beving! Bouw niet zoals de zondaars, op het tegenwoordige: koop de tijd uit, opdat u mag ingaan in de stad van God!
De wijnpersbak wordt buiten de stad getreden. De vijand dringt niet geheel en al tot in de stad door; ten minste zullen de verzamelde Joden niet door de anti-christ worden bereikt (Zacharia 14:2). De wijnperstreder wordt door Jesaja op indruk makende wijze beschreven (Hoofdstuk 63): "Wie is hij, die van Edom komt? met bezoedelde kleren van Bozra! Hij, die zo krachtig is in Zijn dos, die (met het hoofd achterwaarts gebogen) daar heen treedt in de volheid van Zijn kracht? Ik ben het! waarachtig in het beloven en machtig in het redden. Waarom is Uw gewaad zo rood en uw kleren als van een, die de wijnpers treedt? Ook heb Ik de wijnpers getreden, Ik alleen en uit de volken was niemand met Mij! En Ik heb hen vertreden in Mijn toorn en in Mijn verbolgenheid hen vertrapt. En hun bloed is op Mijn kleren gespat en geheel Mijn gewaad heb Ik bezoedeld. Want de dag van de wraak bij Mij bestemd en het jaar van Mijn verlosten was gekomen. En Ik zag toe en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij en er was niemand die ondersteunde; toen heeft Mijn arm Mij de zegepraal beschikt en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund. En Ik vertrad de volken in Mijn toorn; en in Mijn verbolgenheid verbrijzelde Ik hen; en hun bloed deed Ik ter aarde stromen. " Hier wordt de Messias als wijnperstreder voorgesteld, die uit Europa komt, waar Hij tijdens de laatste omwentelingen de wijnpers op vreselijke wijze getreden heeft, waar geen mens Zijn heiligen ter hulpe kwam. Geen volk is er meer op aarde, dat met Zijn vijanden of die van de Gemeente strijd voert en hen redt; alles staat op de zijde van de antichrist. Zo redt dan Zijn arm de Zijnen en beschermt Zijn toorn de overigen. Nu maakt Hij Zich op, om in het dal Josafat en het dal van Ben-Hinnom de antichrist te vernietigen, doordat Hij ze met waanzin slaat, zodat zij elkaar ombrengen (Zacharia 14:12-15 Zie ook Jesaja 34). Het bloed, dat uit de perskuip stroomt, rijst tot aan de tomen van de paarden; zo kunnen dan de paarden in het bloed zwemmen. Deuteronomium 1600 stadiën of 80 uren zijn een zinnebeeldig getal, dat krachtiger dan alle woorden het bloedbad en de nederlaag schildert. Vier is het getal van de geschapen volkomenheid in het algemeen, overeenkomstig het viertal van de Cherubs; en tien het getal van de geschapen menselijke volkomenheid, overeenkomstig de tien vingers van de menselijke hand, die de geschiktheid van de mensen bepalen. Viermaal tien geeft zo een plechtige voleindiging, maar viermaal tienmaal viermaal tien wijst een voleindiging aan, zoals zij in een straf op aarde voltrokken, slechts hier toegepast wordt, zo een voleindigde en volkomen straf of vernietiging. Door de opgave, dat het bloed aan de tomen van de paarden reikt, wordt de diepte, door de 1600 stadiën de lengte van de bloedbeek aangewezen. Met de woorden: stad, bloed, paarden, gaat de Ziener van de beeldspraak tot de eigenlijke rede over, ten einde de zin van het visioen van de wijnstok op te helderen. De schouwplaats van deze bloedbeek is Armageddon of Jeruzalem, waar de Koning, die Zijn scepter uit Zion zendt, op de dag van Zijn heirkracht optrekt, ten dage van Zijn toorn de koningen verbrijzelt, de volken oordeelt, het alles vol dode lichamen maakt en hem, die het hoofd is over een groot land, verslaat (Psalm 110). Nauwelijks is deze bloedbeek verdroogd, of ook de beek van het levende water ontspringt (Ezechiel 47:1-12). Nadere opheldering aangaande dit gericht: Openbaring 9:11-21
In dit gezicht, dat zeer opmerkelijk is, wordt de Heere Jezus vertoond, in een witte wolk uit de hemel komend, met majesteit en heerlijkheid bekleed en snel tot uitvoering van een zuiver en rechtvaardig oordeel tegen Zijn vijanden naderend. Hij is de Koning der koningen, de Koning van Zijn Kerk en daarom past Hem een koninklijke kroon, die Zijn gezag, majesteit, krachtdadige gerichtsoefening te kennen geeft. Hij had met stro te doen, daarom had Hij geen zwaard, maar een sikkel in Zijn hand en die scherp genoeg was om menigten van strohalmen tegelijk af te maaien; wee hem, die deze sikkel treft! Als de Heere iets besloten heeft om te doen en de tijd van de uitvoering nabij is, dan wil Hij eerst gebeden worden, dat Hij het doet, opdat Hij, het op Zijner kinderen gebed doende, te meer Zijn goedheid en opzicht op Zijn Kerk vertoont. Hier komt een andere engel niet van de vorige, uit de tempel, dat verbeeldend, dat het gebed te pas zou komen en dat de zonden van het anti-christendom nu op het hoogst geklommen waren. De Heere Jezus, die in Vers 14 vertoond wordt als de Uitvoerder van de graanoogst, moet hier ook aangemerkt worden als de Uitvoerder van de wijnoogst. De Heere Jezus voert Zijn oordelen uit door middelen, die hier vertoond worden onder een andere engel, bode; deze kwam niet uit de Kerk; die op aarde is, maar uit de tempel, die in de hemel is. Hij kreeg zijn last uit de hemel, van God; hetzij hij in kennis van Gods wil en in gehoorzaamheid, om die uit te voeren, het uitvoeren zou; hetzij hij het zo niet meende en slechts zijn eigenbelang beoogde; God zou hem, dat zijn de koningen en vorsten, die Hij tot dat werk wilde gebruiken, om de anti-christ uit te roeien en een einde met hem te maken, de Heere zou hem of hen bekwaam maken en hem wapenen met een scherpe sikkel, met genoegzame middelen tot dat werk. Uit deze wijnpersbak vloeide geen wijn, maar bloed; de anti-christ had bloed vergoten, zijn bloed zou ook weer vergoten worden en dat in zo grote hoeveelheid, dat het als een zee zou schijnen; zo diep, dat het tot aan de tomen van de paarden van de overwinnaars zou raken en dat wel tweehonderd mijlen ver, waardoor hooggaande wijze van spreken de allergrootste en allerschrikkelijkste slachting en verwoesting te kennen gegeven wordt, die er ooit geweest is. Dus is de verwoesting van de anti-christ in het gemeen voorgesteld, dat onder de schalen meer vertoond zal worden.
Het getal 1600 is een zeker getal voor een onzeker, om de bijzondere uitgebreidheid voor te stellen, zoals die getallen van duizend en zeshonderd bij allerlei schrijvers voor een groot getal dient en stadiën de treden verre te boven gaan. Die er in vinden de 400 talen met 4 vermenigvuldigd en dat brengen tot de vier delen van de wereld, zijn niet geheel te verwerpen. Wil men het een toespeling achten op het Joodse land, dat 1600 stadiën lang was, het is zo vreemd niet, doordat juist zo de stad genoemd was en kan dat weer een zinnebeeld zijn van de grootste nederlaag, ja zelfs van de hele wereld.