12. Mijn levenstijd is weggetogen, is voorbij, en mijne woning, waarin ik tot hiertoe woonde, mijn lichaam wordt van mij weggevoerd gelijk eens herders hut, die slechts ene voor een ogenblik opgeslagen, gemakkelijk af te breken tent is; ik heb mijn leven afgesneden, gelijk een wever zijn web. Van wege mijne zonden heb ik rechtvaardige oorzaak gegeven om mijn levensdraad af te snijden; Hij zal mij afsnijden als van den drom 1); van den dag tot den nacht zult Gij mij ten einde gebracht hebben, ieder ogenblik verwacht ik het einde. 1) Eigenlijk de inslag van het geen geweven wordt, maar hier wordt het genomen van het gehele weefsel, dat gereed zijnde, wordt afgesneden van het weefgetouw. Hiermede vergelijkt Hizkia zijn leven. Gelijk de wever de dunne draden lossnijdt, alzo-vreesde hij-zou het ook met hem geschieden. Zijn lichaam zou als een herdershut worden afgebroken en zijn levensdraad afgesneden, en dit in een zo kort mogelijken tijd, in den tijd "van den dag tot den nacht. "
Of: "Hij breekt mij af als een dunnen draad (vgl. 1 Samuël 17:6).