11. Ik zei na die voor mij zo verpletterende boodschap: Ik zal den HEERE niet meer zien, den HEERE niet meer in Zijne openbaringen van genade aanschouwen, in het land der levenden 1); ik zal de mensen niet meer aanschouwen met de inwoners der wereld. 2)
1) Den Heere in het land der levenden, is nadere bepaling van, den Heere, en Hizkia wil daarmee zeggen, dat hij den Heere niet meer zou zien, zoals deze zich in het land der levenden, hier op aarde, openbaart als den God des heils.
2). In het Hebreeën Im-jooschbee chadel. Beter: bij de bewoners van het dodenrijk, letterlijk: bij de bewoners der stilte. De koninklijke dichter spreekt het hier uit, dat hij in zijn hart zei, d. i. dat hij bij zich zelven dacht en vreesde, dat hij zijn God in Zijne lieflijke openbaringen van genade niet meer zou aanschouwen op deze aarde, dat hij evenmin de mensenkinderen zou aanschouwen, dewijl hij vreesde in het graf te zullen nederdalen, tot een bewoner van het dodenrijk te zullen gerekend worden.