Job 28:12-19
Job had gesproken van de rijkdom van de wereld, waaraan de mensen zoveel waarde hechten, en waarvoor zij zich zoveel moeite geven, en nu komt hij er toe om te gewagen van een ander en kostbaarder juweel, en dat is wijsheid en verstand, het kennen en genieten van God en onszelf. Zij, die al deze wegen en middelen hebben ontdekt om zich te verrijken, dachten zeer wijs te zijn, maar Job wil niet erkennen dat dit wijsheid is. Hij onderstelt dat zij hun doel bereikt hebben, dat zij hetgeen zij zochten aan het licht hebben gebracht, vers 11, en toch vraagt hij: Waar is wijsheid? want zij is hier niet, deze hun weg is hun dwaasheid. Wij moeten haar dus elders zoeken, en zij zal nergens anders gevonden worden dan in de beginselen en praktijken van de Godsdienst. Er is meer ware kennis, voldoening en geluk in gezonde Godgeleerdheid, die ons de weg wijst naar de genietingen des hemels, dan in natuurkunde en wiskunde, die ons behulpzaam zijn om de weg naar het binnenste van de aarde te vinden.
Er zijn betreffende deze wijsheid twee dingen, die niet ontdekt kunnen worden.
I. De prijs ervan, want die is onwaardeerbaar, haar waardij overtreft oneindig ver alle schatten van deze wereld. De mens weet haar waarde niet vers 13, dat is:
1. Slechts weinigen stellen er prijs op. De mensen kennen haar waarde niet, haar innerlijke voortreffelijkheid, hun behoefte er aan, en weten niet van hoe onuitsprekelijk voordeel zij voor hen zijn zal, en daarom hebben zij wel menige prijs in hun handen om deze wijsheid te verkrijgen, maar zij hebben er geen hart voor, Spreuken 17:16. De haan in de fabel kende de waarde niet van het juweel, dat hij in de mesthoop vond, en zou daarom liever een gerstekorrel gevonden hebben. De mensen kennen de waardij niet van genade, en daarom willen zij geen moeite doen om haar te verkrijgen.
2. Niemand kan er bij mogelijkheid een evenredige prijs voor geven, zelfs niet al gaf hij er al de rijkdom van deze wereld voor. Hierover spreekt Job uitvoerig, vers 15 en verv, waar hij een inventaris opmaakt van de "bona notabilia-de meest waardevolle schatten van deze wereld". Vijf maal wordt goud genoemd ook zilver wordt vermeld, en dan de verschillende edelgesteenten, de onyx en de saffier paarlen en robijnen, en de topaas van Ethiopië dat zijn de dingen, die op de wereldmarkt van de hoogste waardij zijn, maar indien iemand niet alleen enkele van dezen, maar hopen ervan, al het goed van zijn huis, alles wat hij in de wereld bezit, zou willen geven voor wijsheid, het zou ten enenmale veracht worden. Die dingen kunnen iemand enig voordeel geven bij het zoeken van wijsheid, zoals zij dit aan Salomo gegeven hebben, maar men kan er geen wijsheid mee kopen. Het is een gave des Heiligen Geestes, die door geen geld verkregen wordt, Handelingen 8:20. Gelijk zij niet is in het bloed, en dus niet door geboorte of afkomst ons ten deel valt, zo kan zij ook niet door geld of aankoop verkregen worden. Geestelijke gaven worden zonder geld en zonder prijs meegedeeld, omdat geen geld er een prijs voor wezen kan. Wijsheid is voor hem, die haar bezit, een kostelijke gave, maakt hem rijker en gelukkiger dan goud of edelgesteenten. Het is beter wijsheid te verkrijgen dan goud. Goud is van iemand anders, wijsheid is van ons, goud is voor het lichaam en de tijd, wijsheid is voor de ziel en de eeuwigheid. Laat hetgeen het kostbaarst is in Gods schatting, dit ook in de onze wezen. Zie Spreuken 3:14 en verv. II. De plaats ervan, want die kan niet ontdekt worden. Maar de wijsheid, vanwaar zal zij gevonden worden? Hij vraagt dit:
1. Als iemand, die haar waarlijk begeert te vinden. Het is een vraag, die wij allen doen moeten, terwijl de meeste mensen vragen: "Waar zal geld gevonden worden?" behoren wij te vragen: Waar kan wijsheid gevonden worden? opdat wij haar mogen zoeken en vinden, geen edele filosofie, noch vleselijke staatkunde, maar ware Godsdienst, want dat is de enig ware wijsheid, die is het, welke onze geestvermogens het best ontwikkelt, en ons geestelijk en eeuwig welzijn het best verzekert, die is het, tot dewelke wij moeten roepen, en die wij moeten nasporen, Spreuken 2:3, 4.
2. Als iemand, die er ten enenmale aan wanhoopt haar ergens anders te vinden dan in God, en op enigerlei andere wijze dan door Goddelijke openbaring. Zij wordt niet gevonden in het land van de levenden, vers 13. Wij kunnen niet tot een recht begrip komen van God en Zijn wil, van onszelf en van onze plicht en ons belang, door enigerlei boeken van mensen te lezen, maar door Gods boek te lezen en door met Godvruchtige mensen om te gaan. De menselijke natuur is zó ontaard, dat bij niemand ware wijsheid te vinden is dan bij hen, die wedergeboren zijn en die door genade van de Goddelijke natuur deelachtig zijn geworden. Maar geen anderen, zelfs de vernuftigsten en werkzaamsten niet, kunnen ons tijding geven van deze verloren wijsheid.
a. Vraag aan de mijnwerkers, en door hen zal de afgrond zeggen: zij is mijne niet, vers 14. Zij, die in de ingewanden van de aarde graven om er de schatten te plunderen, kunnen in die donkere schuilhoeken dit zeldzame juweel niet vinden, met al hun kunst kunnen zij er zich niet meester van maken.
b. Vraag aan de zeelieden, en door hen zegt de zee, zij is niet bij mij. Zij kan nooit verkregen worden door handel te doen op de wateren, noch door in hun diepten af te dalen nooit uit de overvloed van de zeeën gezogen worden, noch uit de bedekte, verborgen dingen des zands. Waar een ader, dat is een uitgang, is voor het zilver, daar is geen uitgang voor de wijsheid, geen voor de genade. De mensen kunnen gemakkelijker heenbreken door de moeilijkheden, die zij ontmoeten om wereldlijke rijkdom te verkrijgen, dan door die, welke zij ontmoeten om hemelse wijsheid te verkrijgen, en zij zullen meer moeite doen om te leren hoe in deze wereld te leven, dan hoe voor eeuwig te leven in een betere wereld. Zo blind en dwaas is de mens geworden, dat het tevergeefs is om hem te vragen: Waar is de plaats van de wijsheid, en welke is de weg, die er heenleid"?