Genesis 7:5-10
Hier zien wij Noach's bereidwillige gehoorzaamheid aan de bevelen, die God hem had gegeven.
1. Op het bericht, dat de vloed na zeven dagen komen zou, ging hij in de ark, hoewel er waarschijnlijk nog geen zichtbaar teken van te bespeuren was, geen wolk aan de hemel die de vloed dreigde, niets dat er gedaan werd om hem te laten komen. Alles was nog kalm en helder, want gelijk hij de ark bereidde in het geloof aan de gegeven waarschuwing, dat de vloed komen zal, zo ging hij nu in de ark in het geloof aan de waarschuwing, dat hij snel zal komen, hoewel hij niet zag, dat de ondergeschikte oorzaken begonnen te werken. In elke voetstap, die hij deed, wandelde hij in geloof, en niet door aanschouwen. Gedurende deze zeven dagen heeft hij zich waarschijnlijk met zijn gezin in de ark gevestigd, er zich ingericht, de dieren in de onderscheidene voor hen bestemde ruimten geplaatst, hetgeen het slot was van de zichtbare leerrede, die hij gedurende zo lange tijd voor zijn zorgeloze naburen gehouden had, en die, naar men zou denken, hen had moeten doen ontwaken. Daar echter dit gewenste doel niet bereikt werd bleef dan hun bloed op hun eigen hoofd.
2. Hij nam zijn gehele gezin met zich, zijn vrouw, om zijn gezellin en troosteres te wezen, (hoewel hij daarna geen kinderen meer bij haar gehad scheen te hebben) zijn zonen en de vrouwen van zijn zonen, opdat door hen niet slechts zijn gezin, maar de wereld van het mensdom gebouwd zou worden.
Merk op: Hoewel de mensen nu tot zo'n klein getal teruggebracht waren, en het zeer wenselijk was dat de aarde weer spoedig bevolkt zou worden, moesten de zonen van Noach ieder toch slechts een vrouw hebben, hetgeen de argumenten versterkt tegen het hebben van vele vrouwen, want van het begin van deze nieuwe wereld is dit niet zo geweest. Gelijk God in den beginne slechts een vrouw gemaakt heeft voor een man, zo heeft Hij nu slechts een vrouw voor een man in het leven behouden zie Mattheus 19:4, 8.
3. De dieren gingen geredelijk met hem in de ark. Dezelfde hand, die ze eerst tot Adam gebracht heeft, om van hem namen te ontvangen, bracht ze nu tot Noach om door hem in het leven behouden te worden. De os kende nu zijn bezitter, en de ezel de kribbe zijns beschermers, ja zelfs de wilde dieren stroomden toe naar de ark, maar de mens was dierlijker geworden dan de dieren zelf, hij had geen kennis, hij verstond niet, Jesaja 1:3.