Spreuken 29:16
1. Hoe meer zondaren er zijn, hoe meer zonde er is, als de goddelozen, ondersteund en aangemoedigd door het gezag, talrijk worden, dan is het niet te verwonderen dat de ongerechtigheid veel wordt, zoals men zegt, dat een epidemie in een land toeneemt naarmate er meer personen door worden aangetast. De overtreding wordt schaamtelozer en stoutmoediger, heerszuchtiger en dreigender, als er velen zijn, die haar steunen en goedkeuren. Toen in de oude wereld de mensen begonnen zich te vermenigvuldigen, begonnen zij te ontaarden, zichzelf en elkaar te verderven.
2. Hoe meer zonde er is, hoe meer van nabij het verderf dreigt. Laat de rechtvaardigen niet geschokt worden in hun geloof en hun hoop door de toeneming van zonde en zondaren, laat hen niet zeggen, dat zij tevergeefs hun handen gereinigd hebben, of dat God de aarde verlaten heeft, maar met lijdzaamheid wachten, de overtreders zullen vallen, de maat van hun ongerechtigheid zal vol worden, en dan zullen zij van hun waardigheid en macht vellen, vallen in schande en verwoesting, en de rechtvaardigen zullen de voldoening hebben van het aan te zien, Psalm 37-34, misschien in deze wereld, maar op zijn laatst in het oordeel van de grote dag, wanneer de val van Gods onverzoenlijke vijanden de blijdschap en triomf zal zijn van de verheerlijkten. Zie Jesaja 66:24, Genesis 19:28.