Genesis 3:21
Hier hebben wij nog een voorbeeld van Gods zorg betreffende onze eerste ouders, niettegenstaande hun zonde. Hoewel Hij Zijn ongehoorzame kinderen kastijdde en hen onder de tekenen van zijn ongenoegen plaatste, onterft Hij hen toch niet, maar, als een teder Vader voorziet Hij hen van de kruiden des velds voor hun voedsel, en voor rokken van vellen voor hun kleding, alzo heeft de vader voorzien voor de tot hem weergekeerde verloren zoon, Lukas 15:22, 23. Indien het de Heere behaagd had hen te doden, dan zou Hij dit niet voor hen gedaan hebben.
Merk op: 1. Dat de kleren gekomen zijn met de zonde. Wij zouden ze niet nodig gehad hebben, hetzij tot beschutting of tot betamelijkheid, indien de zonde ons niet naakt had gemaakt tot onze schande. Weinig reden hebben wij dus om hoogmoedig te zijn op onze kleren, die slechts de kentekenen zijn van onze armoede en eerloosheid.
2. Dat toen God voor onze eerste ouders kleren gemaakt heeft, Hij ze warm en sterk gemaakt heeft, maar grof en zeer eenvoudig, geen kleren van scharlaken, maar rokken van vellen. Hun kleren waren gemaakt niet van zijde en satijn, maar van eenvoudige vellen, niet gegarneerd noch geborduurd, met geen van de versierselen, die de dochters van Zion later verzonnen, en waarop zij zich verhovaardigden. Laten de behoeftigen, die armelijk gekleed zijn, hieruit leren, om niet te klagen, voedsel en deksel hebbende, moeten zij daarmee vergenoegd zijn, zij zijn even goed voorzien als Adam en Eva, en laten de rijken, die fraai gekleed zijn, hieruit leren, om hun versiersel niet te laten bestaan in hetgeen uiterlijk is, 1 Petrus 3:3.
3. Dat God dankbaar erkend moet worden, niet alleen omdat Hij ons voedsel geeft, maar ook omdat Hij ons kleren geeft, Hoofdstuk 28:20. "De wol en het vlas zijn Zijner, zowel als het koren en de most," Hosea 2:7.
4. In deze rokken van vellen lag een betekenis. De dieren, waarvan de huiden afkomstig waren, moesten gedood worden, gedood worden voor hun ogen, om hun te tonen wat de dood is, en (gelijk wij het hebben in Prediker 3:18) opdat zij zullen zien, dat zij als de beesten zijn op zich zelf, sterfelijk en stervende. Men veronderstelt, dat zij niet geslacht worden om tot voedsel te dienen, maar tot offerande, als type en afschaduwing van het Grote Offer, dat in het laatste einde van de wereld eens voor altijd geofferd zou worden. Het eerste wat dus stierf was een offer, of Christus in type, die daarom gezegd wordt te zijn "het Lam dat geslacht is van de grondlegging van de wereld." Deze offeranden waren verdeeld tussen God en de mens ten teken van verzoening, het vlees werd Gode geofferd, een geheel brandoffer, de huiden werden aan de mens gegeven voor zijn kleding, beduidende dat, daar Jezus Christus zich Gode tot een liefelijker reuk geofferd heeft, wij ons met Zijn gerechtigheid moeten bekleden als met een gewaad, opdat de schaamte van onze naaktheid niet zichtbaar worde. Adam en Eva maakten zich schorten van vijgebladeren, een deksel, te smal om er zich onder te voegen, Jesaja 28:20. Zo zijn ook al de lompen van onze eigen gerechtigheid. Maar God maakte hun rokken van vellen, ruim en sterk, en duurzaam, en voor hen geschikt. Zodanig is de gerechtigheid van Christus, daarom: "doet aan de Heere Jezus Christus."