Genesis 3:20
God had aan de man een naam gegeven en hem Adam, dat is: rode aarde, genoemd. Ten teken van zijn heerschappij heeft Adam een naam gegeven aan de vrouw, en haar Eva dat is: Leven, genoemd. Adam draagt de naam van het stervende lichaam, Eva die van de levende ziel. De reden voor die naam wordt hier opgegeven, sommigen denken, door Mozes, de geschiedschrijver, anderen, door Adam zelf, omdat zij was, dat is: zijn zou, de moeder van alle levenden. Te voren had hij haar Isha, Vrouw, genoemd, als echtgenote hier noemt hij haar Eva, Leven, als moeder. Indien dit nu gedaan was:
1. Door Goddelijke leiding, of aanwijzing, dan was het een voorbeeld van Gods gunst, en, zoals de nieuwe namen, gegeven aan Abraham en Sara, was het een zegel des verbonds, en een verzekering aan hen, dat Hij, niettegenstaande hun zonde, en Zijn ongenoegen hierover, de zegen niet had teruggenomen, waarmee Hij hen gezegend had: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt. Het was ook een bevestiging van de belofte, nu gegeven, dat het Zaad van de vrouw, van deze vrouw, de kop van de slang zou vermorzelen.
2. Indien Adam het uit zich zelf gedaan heeft, dan was het een voorbeeld van zijn geloof aan het woord van God. Het was ongetwijfeld niet gedaan, zoals sommigen vermoed hebben, in minachting en bij wijze van trotsering van de vloek, maar veeleer in nederig vertrouwen en steunen op de zegen:
a. De zegen van een opschorting van het vonnis, in bewondering van de lankmoedigheid Gods, dat Hij zulke zondaars zou sparen om de ouders te zijn van alle levenden, en dat Hij niet terstond de fontein van het menselijk leven heeft doen opdrogen, omdat zij geen andere dan verontreinigde, vergiftigde stromen kon uitzenden.
b. De zegen van een Verlosser, het beloofde Zaad, waarop Adam het oog had, toen hij zijn vrouw Eva, Leven, noemde, want Hij zal het Leven zijn van alle levenden, en in Hem zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden, in welke hoop hij aldus juicht en triomfeert.