Genesis 37:5-11
1. Jozef verhaalt hier de profetische dromen, die hij gehad heeft, vers 6, 7, 9, 10. Hoewel hij nu nog zeer jong was, (omstreeks zeventien jaren), was hij toch vroom en godvrezend, en dit maakte hem geschikt voor Gods genaderijke ontdekkingen aan hem. Aan Jozef stond nog zeer veel moeite en leed te wachten, en daarom gaf God hem intijds dit vooruitzicht op zijn verhoging, ten einde hem te ondersteunen en te vertroosten onder de langdurige en zware beproevingen, die zijn deel zullen zijn. Zo was aan Christus vreugde voorgesteld, en ook aan de christenen. God heeft wegen en middelen om Zijn volk te bereiden op de beproevingen, die zij niet kunnen voorzien, maar waar Hij het oog op heeft in de vertroostingen en genietingen, die Hij hun schenkt. Zijn dromen waren:
a. dat de schoven van zijn broers zich voor de zijne bogen, te kennen gevende bij welke gelegenheid zij er toe gebracht zullen worden om zich onderdanig voor hem neer te buigen, namelijk toen zij tot hem gingen om koren hun ledige schoven bogen zich toen voor zijn volle schoof.
b. Dat de zon, de maan en elf sterren zich voor hem bogen, vers 9. Jozef was meer een profeet dan een staatkundige, anders zou hij dit voor zich gehouden hebben toen hij wel moest weten dat zijn broeders hem reeds haatten, en dat dit hen nog te meer tegen hem zou vertoornen. Maar heeft hij het hun in zijn onnozelheid verteld, God bestuurde het ter beschaming van zijn broeders. Jozef droomde van zijn bevordering, maar niet van zijn gevangenschap. Zo zullen vele jongelieden, als zij de wereld ingaan, aan niets anders denken dan aan voorspoed en genot, maar nooit van benauwdheid en verdriet dromen.
2. Zijn broers nemen het hem zeer kwalijk, en worden al meer en meer woedend op hem, vers 8, Zult gij dan helemaal over ons regeren? Zie hier:
a. Hoe juist zij zijn droom uitleggen, namelijk dat hij over hen zal regeren. Zij worden de uitleggers van zijn droom, die de vijanden waren van de vervulling, zoals in de geschiedenis van Gideon, Richteren 7:13-14. Zij bemerkten dat hij van hen sprak Mattheus 21:45. De uitkomst heeft volkomen beantwoord aan hun uitlegging, Hoofdstuk 42:6 en verv.
b. Hoe minachtend hun toorn er over was. Zult gij, die slechts één zijt, regeren over ons, die velen zijn? Gij, de jongste, over ons, die ouder zijn? De heerschappij van Jezus Christus, onze Jozef, is en wordt nog tegengewerkt door een vleselijke en ongelovige wereld, die het denkbeeld niet kan verdragen, dat deze over hen zal heersen. Ook van de heerschappij van de rechtvaardigen in de morgen van de opstanding wordt met de uiterste minachting gedacht en gesproken.
3. Zijn vader geeft er hem een zachte bestraffing om, maar bewaarde toch deze zaak vers 10, 11. Waarschijnlijk heeft hij hem er om bestraft, ten einde de aanstoot enigszins te verminderen, die zijn broers er aan nemen konden, maar hij heeft er meer echt op gegeven dan hij scheen te doen. Hij opperde de mening, dat het slechts een ijdele droom was, omdat zijn moeder er in voorkwam, die reeds vóór enige tijd was gestorven, terwijl toch de zon, de maan en elf sterren niets meer betekenen, dan dat het gehele gezin, de ganse familie, van hem afhankelijk zullen zijn en hem gaarne verplicht zullen wezen. Het geloof van Gods volk in Gods beloften wordt dikwijls droevig aan het wankelen gebracht door hun verkeerd begrijpen van de beloften, en dan de onwaarschijnlijkheid opwerpen, waarvan de vervulling vergezeld gaat. Maar God doet Zijn eigen werk, en zal het doen, hetzij wij Hem recht begrijpen of niet. Evenals Maria, Lukas 2:51, heeft Jakob al deze dingen in zijn hart bewaard, en ze ongetwijfeld lang daarna in de herinnering teruggeroepen, toen de gebeurtenis aan de voorzegging heeft beantwoord.