Genesis 1:31
Wij hebben hier de goedkeuring en het besluit van het gehele werk van de schepping. Gods werk is volmaakt, en als Hij begint, zal Hij ook voleindigen, in de voorzienigheid en de genade, zowel als hier in de schepping.
Merk op: I. Hoe God Zijn werk in ogenschouw nam, Hij zag al wat Hij gemaakt had. Dat doet Hij nog, al de werken van Zijn handen zijn onder Zijn oog. Hij, die alles gemaakt heeft, ziet alles, Psalm 139:2-17. Alwetendheid kan niet gescheiden worden van Almacht. "Gode zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend", Handelingen 15:18. Maar dit was de plechtige beschouwing van de Eeuwige Geest van de kopieën van Zijn eigen wijsheid, en de voortbrengselen van Zijn kracht. God heeft ons hierin het voorbeeld gegeven om onze werken te overzien. Daar Hij ons het vermogen heeft gegeven van na te denken, verwacht Hij, dat wij het zullen gebruiken, dat wij onze weg zullen zien, Jeremia 2:23, onze wegen zullen bedenken, Psalm 119:59. Als wij een dag werks volbracht hebben, en ingaan tot de rust van de nacht, dan behoren wij in ons hart te spreken over hetgeen wij op die dag gedaan hebben. En evenzo, als wij een week werks volbracht hebben, en ingaan tot de sabbatsrust, dan behoren wij ons te bereiden om onze God te ontmoeten. En als wij ons levenswerk volbracht hebben, en ingaan tot de rust van het graf, dan is het de tijd om te gedenken, opdat wij berouwhebbend sterven, en er aldus afscheid van nemen.
II. Het welbehagen van God in Zijn werk. Als wij onze werken overzien, dan bevinden wij met schaamte, dat veel er van zeer slecht was, maar toen God het Zijn overzag, was alles zeer goed. Hij heeft het niet goed genoemd, voordat Hij het aldus gezien had, om ons te leren, niet te antwoorden eer wij gehoord hebben, zie Spreuken 18:13. Het werk van de schepping was een zeer goed werk. Al wat God gemaakt heeft, was goed gemaakt, er was geen fout, geen gebrek in.
1. Het was goed. Goed, want het is geheel in overeenstemming met de bedoeling van de Schepper, juist zoals Hij het wilde hebben toen het afschrift vergeleken werd met het grote oorspronkelijke, werd het juist bevonden er was geen fout in, geen enkele verkeerd geplaatste haal. Goed, want het beantwoordt aan het doel van de schepping, en het is geschikt voor hetgeen, waartoe het bestemd was. Goed, want het is dienstig voor de mens, die God aangesteld had tot heer van de zichtbare schepping. Goed want het is alles ter heerlijkheid Gods, er is in geheel de zichtbare schepping datgene, hetwelk een bewijs is van Gods wezen en volmaaktheden, en strekt om in de ziel des mensen liefde en Godsdienstige verering voor Hem op te wekken.
2. Het was zeer goed. Van het werk van iedere dag (behalve van de tweede) werd gezegd, dat het goed was, maar nu wordt gezegd, dat het zeer goed is. Want:
1. Thans was de mens gemaakt die een hoofdstuk is van de wegen Gods, bestemd om het zichtbare beeld te wezen van des Scheppers heerlijkheid, en de mond van de schepping in haar lofzeggingen.
2. Omdat nu alles gemaakt was, ieder deel was goed, maar het geheel was zeer goed. De heerlijkheid en goedheid, de schoonheid en harmonie van Gods werken, beide van Zijn voorzienigheid en genade, zullen, zoals hier het werk van de schepping, het best openbaar en dus gezien worden, als zij voltooid zijn. Als de hoofdsteen voortgebracht wordt, zullen wij roepen: Genade, genade, zij dezelve, Zacheria 4:7. Daarom oordeel niet vóór de tijd.
III. De tijd, wanneer dit werk voleindigd was. Het was avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag. Zodat God in zes dagen de wereld gemaakt heeft. Wij moeten niet denken, dat God de wereld niet in een ogenblik gemaakt zou kunnen hebben. Hij, die zei: Er zij licht, en er was licht, zou gezegd kunnen hebben: "Er zij een wereld", en er zou een wereld geweest zijn, "in een punt des tijds, in een ogenblik," zoals bij de opstanding, 1 Corinthiërs 15:52. Maar Hij deed het in zes dagen, ten einde te tonen, dat Hij vrij is, doende Zijn eigen werk op Zijn eigen wijze, en in Zijn eigen tijd, opdat Zijn wijsheid, macht en genade voor ons openbaar zouden worden, en wij er over zouden nadenken, en ten einde ons ook een voorbeeld te geven om zes dagen te arbeiden, en op de zevende dag te rusten, daarom is dit als reden opgegeven voor het vierde gebod. Zo zeer zou de sabbat bijdragen om de Godsdienst in de wereld op te houden, dat God hierop het oog had in Zijn regeling van de tijd voor de schepping. En nu, gelijk God Zijn werk overzag, laat ons onze bepeinzing er van overzien, en dan zullen wij haar zeer gebrekkig bevinden, en onze lof armelijk en flauw. Zo laten wij ons zelf dan opwekken en alles wat binnen in ons is, om "Hem te aanbidden, die de hemel, en de aarde, en de zee, en de fonteinen van de wateren gemaakt heeft," overeenkomstig het eeuwig Evangelie, dat aan alle natie en geslacht, en taal en volk verkondigd moet worden, Openbaring 14:6, 7. Al Zijn werken, aan alle plaatsen van Zijn heerschappij loven Hem, en daarom: "loof de Heere mijne ziel!"