30. Alzo rustte het volk, nu gehoorzaam aan God, op de zevende dag. 1)
1) Hier staat niet, dat het volk op de Sabbat in zijn tenten bleef, maar dat het rustte, dat in tegenstelling staat tot het uitgaan uit het leger, om manna te verzamelen, zoals tevoren geschied was..
De rust van God is het doel, waartoe de gehele schepping komen moet. Om tot dit doel te leiden, werd aan het volk, waarin de verlossingsweg moest gebaand worden, geboden als correctief (verbeteringsmiddels) voor de schade, welke uit de zware, drukkende, van God aftrekkende arbeid, voor de, onder de vloek van de zonde staande mens voortspruit. Daarom heiligde God de zevende dag, dat is, Hij zonderde die van de overige dagen van de week af, tot een heilige dag voor de mens, terwijl Hij Zijn zegen op de rust van deze dag legde. Want op de mens, als evenbeeld van God, heeft deze zegening en heiliging voornamelijk betrekking. Gelijk de mens over het werk van God is gesteld (Genesis 1:28), zo zal hij ook deel hebben aan de rust van God. Het terugkeren van deze gezegende en heilige dag zal hem een gedurige herinnering en genieting van de goddelijke rust zijn.
Na de instelling van de tent der samenkomst en de gehele Godsverering kwam het bevel, om niet alleen te rusten van alle arbeid, maar ook dat aangaande de heilige samenroeping, de verdubbeling van het dagelijks offer, en het neerleggen voor het aangezicht des Heeren van de nieuwe toonbroden (Leviticus 23:1-3; 24:8 Numeri 28:9,. Ook bij heidense volken werd de zevende dag gewijd.. 31. En het huis 1) van Israël (zie "Exodus 6:15" corr.)noemde diens naam, de naam van hetgeen de Heere tot dagelijkse voeding gaf: Manna 2) (gave, Vers 15); en het was als korianderzaad, 3) uit net zulke kleine, ronde bolletjes bestaande als de zaadkorrels van deze plant; wit, en de smaak daarvan als honingkoeken, evenals met honing bereid fijn gebak. (Numeri 11:8).
1) Hier voor het eerst treedt het Verbondsvolk als "huis van Israël" (Béth Israël) op. Vroeger heette het de "kinderen van Israël" (béne Israël), ook de "vergadering van de kinderen van Israël" (âdat, of kahal Israël). De kinderen van Israël is de gehele naam van het volk in het algemeen, wanneer het in de geschiedenis optreedt; de vergadering van de kinderen van Israël wordt het genoemd, als het (meest in kwade zin) zich gemeenschappelijk in enige daad of raad van het geheel uitsprak; huis van Israël is de naam bovenal wanneer het in maatschappelijke of godsdienstige belangen gemeenschappelijk optreedt of handelt. Zo is het ook hier bij de benaming van het Manna, die zo langzamerhand in het volksgebruik was aangenomen..
2) Veertig jaren lang aten de kinderen van Israël brood uit de hemel, en dronken zij water uit de steenrots; doch, meent gij, dat dit voortdurend wonder hen bij het geloof bewaard heeft? Nee! wat veertig jaren geduurd heeft, is bij de mensen geen wonder meer. Alle uitwendige goddelijke werkingen baten niets, wanneer God niet van binnen in de mens werkt. Zonder dit blijven de treffendste wonderen van God enkel lichamelijke verlossingen, die buiten de ziel omgaan..
Niet zonder oorzaak herhaalt Mozes weer, wat hij tevoren gezegd heeft, dat de naam Manna is ingesteld voor de spijs, welke God had toebeschikt, opdat aan goddeloze hardnekkigheid zou schuldig verklaard worden, wie nog van zulk een bewezen zaak een punt van kwestie zou durven maken, wanneer de duidelijkheid van de zaak, aan overigens boze en ondankbare, dit woord heeft ontwrongen. De gedaante wordt uitgedrukt, om de zekerheid van het wonder te staven, nl. dat het ronde korrels waren, gelijk aan korianderzaad, omdat het nooit tevoren gezien was. De smaak noopte hen tot erkenning van hun ondankbaarheid, welke de spijs niet slechts als geschikt en gezond, maar ook zelfs zeer zoet van smaak, teruggaf..
3) De Koriander is een éénjarige, in Egypte zeer overvloedige groeiende plant, die men ook later in Palestina veelvuldig verbouwde. Zij heeft een hoge, ronde stengel, bladeren met brede stelen, die niet zelden als moes gebruikt worden, en draagt witte of roodachtige bloemen, die de vorm van een scherm hebben; de zaadkorrels zijn rond, geelachtig en van binnen hol; deze werden in Egypte bij het bereiden van de spijzen als specerij gebruikt. Het tegenwoordige manna komt ook in kleur met het Korianderzaad overeen; het is niet wit, gelijk het Bijbelse, maar geelachtig grauw, en heeft, wanneer men er veel van geniet, een zacht afleidende werking..
In Numeri 11:7 wordt gezegd: "Zijn verf was als de verf van de bedólah." Daar hoogwaarschijnlijk onder bedólah de parel wordt verstaan, kan men best nagaan, hoe wit de kleur is geweest. (zie Numeri 11:7). III. Vers 32-36. Tenslotte volgt een opmerking over de verdere geschiedenis van het Manna, welke door Mozes wel niet aanstonds, toen hij voor het eerst de gebeurtenissen bij de tocht van Israël door de woestijn optekende, maar eerst tegen het einde van zijn leven, bij het overzien van de vijf door hem vervaardigde boeken bijgevoegd is; alzo wordt hier de samenhang van het geschiedverhaal afgebroken en iets ingevoegd, dat tot een veel latere tijd behoort.