Exodus 22:1-6
Hier zijn de wetten:
1. Betreffende diefstal, welke zijn:
a. Indien iemand vee steelt (waarin de rijkdom van die tijd voornamelijk bestaan heeft) en dit vee in zijn bezit gevonden wordt, dan moet hij het dubbel weergeven, vers 4. Aldus moet hij vergoeding doen voor het onrecht en lijden om de misdaad. Naderhand werd echter bepaald dat, zo de dief in zijn consciëntie getroffen was en vrijwillig bekentenis deed voordat het uitkwam, en vóór er door anderen een onderzoek naar was ingesteld, hij slechts het gestolene moest weergeven, plus een vijfde deel, Leviticus 6:4, 5.
b. Indien hij het schaap of de os, door hem gestolen, heeft geslacht of verkocht en daardoor in zijn misdaad volhard heeft dan moet hij vijf ossen voor een os en vier schapen voor een schaap weergeven, vers 1, meer voor een os dan voor een schaap, omdat de eigenaar behalve al het andere nut ook de dagelijkse arbeid van zijn os verloren heeft. Deze wet leert ons dat bedrog en onrecht, wel verre van de mens te verrijken, hem juist verarmen. Als wij eens anders goed onrechtmatig verkrijgen en behouden, dan zal dit niet slechts als vanzelf bederven of tenietgaan, maar ook hetgeen ons eigendom was verteren.
c. Indien hij niet instaat was vergoeding te doen, dan moet hij als slaaf worden verkocht, vers 3. Het gerechtshof moest dit doen, en waarschijnlijk werd dan aan de beroofde het geld gegeven. Zo worden bij ons misdadigers in sommige gevallen tot deportatie naar de plantages veroordeeld, aan welke plaatsen alleen Engelsen weten wat slavernij is.
d. Indien een dief ergens des nachts inbrak, en daarbij gedood werd, dan was zijn bloed op zijn eigen hoofd, en moest niet geëist worden van de hand desgenen, die hem doodde, vers 2. Gelijk hij, die een onwettige daad doet, de schuld draagt van het kwaad, dat er uit volgt voor anderen, zo draagt hij ook de schuld van het kwaad, dat er uit volgt voor hemzelf. Eens mensen huis is zijn kasteel, en de wet van God zowel als de wet van de mensen stelt er een wacht op, die het aanvalt, doet het op zijn eigen gevaar. Indien het echter dag was toen de dief gedood werd, moet hij, die hem doodde er verantwoordelijk voor worden gehouden, vers 3, tenzij hij het gedaan heeft in noodwendige zelfverdediging. Wij moeten teergevoelig zijn voor het leven, zelfs van slechte mensen, de magistraat moet ons recht doen, wij mogen ons niet zelf wreken.
2. Betreffende het wederrechtelijk komen op eens anders erf, vers 5. Hij, die moedwillig zijn vee op zijns buurmans veld brengt, moet vergoeding doen met het beste van zijn eigen veld. Onze wet maakt een veel groter verschil tussen deze en andere diefstallen, dan de wet van Mozes. De Joden hebben het dus als een algemene regel aangenomen, dat schadevergoeding altijd gegeven moet worden van het beste, en dat niemand vee moet houden, waarvan het waarschijnlijk is dat het op het erf van zijn buren zal komen, of hun schade zal veroorzaken. Wij moeten meer zorgdragen om geen kwaad te doen dan om geen kwaad te lijden, want kwaad of onrecht te lijden is slechts een beproeving, maar kwaad of onrecht te doen is een zonde, en zonde is altijd erger dan beproeving of verdrukking.
3. Betreffende schade, aangericht door brand. vers 6. Hij, die slechts de bedoeling had doornen te verbranden, kan medeschuldig worden aan het verbranden van koren, en moet niet onschuldig worden gehouden. Mensen van een vurige, driftige aard moeten wèl toezien, opdat zij, voorgevende slechts onkruid te willen uitroeien, ook niet tegelijk de tarwe uitroeien. Indien de brand schade heeft veroorzaakt, moet hij, die hem aangestoken heeft, er verantwoordelijk voor worden gehouden, al zou men niet kunnen bewijzen dat hij bedoeld heeft onheil te stichten. De mensen moeten boeten voor hun onachtzaamheid, zowel als voor hun kwaadwilligheid. Wij moeten ons er voor wachten een twist te beginnen, want, hoewel het slechts van weinig belang schijnt, weten wij toch niet hoe groot een vuur er door aangestoken kan worden, waarvan wij de schuld moeten dragen, indien wij met hem, die veinst te razen, vuursprankels, pijlen en dodelijke dingen werpen, en voorgeven niets kwaads te bedoelen. Het zal ons zeer oplettend en zorgzaam maken, als wij bedenken, dat wij verantwoordelijk zijn, niet alleen voor het kwaad, dat wij direct doen, maar ook voor het kwaad, dat wij door onachtzaamheid veroorzaken.